Noordhoff Uitgevers

De politie

De politie moet ervoor zorgen dat iedereen in Nederland rustig en veilig kan leven. De politie heeft vier belangrijke taken. De eerste is misdaden oplossen en de daders vinden. Hulpverlenen is de tweede taak. Bijvoorbeeld als er een ongeluk is gebeurd. Als er iemand gewond is, laat de politie een ambulance komen. De derde taak is zorgen voor rust en orde in de openbare ruimte. Dat zijn de plekken waar iedereen mag komen, zoals op straat, in winkels of op een station. Als daar bijvoorbeeld een vechtpartij uitbreekt, haalt de politie de vechtersbazen uit elkaar. De vierde taak is preventie. Je probeert dan problemen te voorkomen. De politie geeft mensen bijvoorbeeld veel tips. Zoals: zet je fiets altijd op slot. En: stop je portemonnee goed weg!

Twee derde van de agenten werkt op straat. Eén derde werkt op kantoor.

Boeven vangen

Als er een misdaad is gepleegd, gaat de politie op zoek naar de daders. Het is daarvoor belangrijk dat een slachtoffer aangifte doet van de misdaad. Het slachtoffer vertelt de politie wat er is gebeurd, waar en wanneer het gebeurde. Al die informatie kan de politie helpen. Als de politie de dader vindt, wordt hij aangehouden. De dader moet mee naar het politiebureau. Ook hij moet vertellen wat er is gebeurd. Dat heet een verhoor. Alles wordt vastgelegd in een soort rapport: een proces-verbaal. De rechter leest dat proces-verbaal en bepaalt de straf. Dat kan een gevangenisstraf zijn, maar ook een taakstraf. De dader moet dan ergens werken zonder dat hij daar geld voor krijgt.

Bij het werk van de politie hoort ook het begeleiden van belangrijke personen.

Politieagenten rijden in een witte auto met oranje en blauwe strepen. Als er een noodgeval is, gaan de zwaailichten en de sirene aan. Iedereen op straat is verplicht om een politieauto met zwaailicht en sirene voorrang te geven. Soms is een fiets handiger voor de politie. Als het ergens erg druk is bijvoorbeeld. Verkeerscontroles worden vaak door motoragenten uitgevoerd. Die kunnen snel achter bromfietsers en scooters aan die te hard rijden. In drukke gebieden rijdt de politie wel eens op paarden. Zo'n groot paard maakt indruk op mensen. En de agenten zitten hoog, zodat ze alles goed kunnen overzien.

Als je politieagent wilt worden, moet je naar de politieschool. Daar leer je schieten en jezelf verdedigen. Je leert er ook wat je moet doen als iemand heel boos wordt. Je kunt niet zomaar naar de politieschool. Je moet eerst de middelbare school afgemaakt hebben. En je moet zeventien zijn. Je moet ook goed Nederlands kunnen schrijven. En je moet heel fit zijn. Dat meten ze in een sporttest. Als je alle tests hebt gehaald, word je toegelaten. Als je op de politieschool zit, moet je ook een tijdje bij de politie werken. Je krijgt dan een uniform aan met één streep op je mouw.

Details en informatie

  • Titel: De politie
  • Auteur(s): Kim Nelissen
  • Nummer: JC166
  • Niveau: 1
  • Siso: J 395.74