Noordhoff Uitgevers

De schaapherder

Een kudde schapen kan veel lawaai maken. Vooral als de kudde met een herder onderweg is van de ene plek naar de andere. De ooien blaten met lage stemmen naar hun lammetjes, om ze niet kwijt te raken. Boven het geblaat uit is het geroep van de herder te horen. Soms blaast hij op een fluitje. Zo stuurt hij zijn honden aan. De honden houden de kudde bij elkaar. Schaapherder is een heel oud beroep. Schapen werden gehouden om hun wol en hun vlees. Hun poep was prima mest, en gewassen groeiden er goed van. Schapenvlees eten we in Nederland niet veel meer. De schapen worden nu vooral gebruikt om voor het landschap te zorgen. Ze eten sommige planten op en laten andere juist staan. Een maaimachine zou de heide kapot maken, schapen grazen om de heideplanten heen. 


Een schaapskudde bestaat meestal uit ongeveer 300 volwassen vrouwtjesschapen.

Met de kudde op pad 

Schapen zijn kuddedieren, ze blijven graag bij elkaar in de buurt. In de lente oefent de herder met de honden en de schapen. Daarna kunnen ze op pad. Volwassen mannetjes, de rammen, gaan niet mee. Een kudde loopt meestal zo’n vijftien kilometer op een dag. Dat is niet zo veel, want de schapen staan natuurlijk vaak stil om te eten. In juni worden de schapen geschoren. Dat duurt wel een paar dagen. Soms doet de herder het zelf, maar soms vraagt hij een speciale schapenscheerder om het te doen. De vacht van een volwassen schaap weegt wel vijf kilo. Daar kun je ongeveer vier dikke truien van breien. 
In de lente worden er lammetjes geboren. Een ooi krijgt meestal één of twee lammetjes. De eerste dagen staan de moeder en haar lammetje(s) in een apart hokje. De lammetjes leren dan rustig drinken. Zo wennen ze ook goed aan elkaar en kunnen ze elkaar herkennen. Dat moet, want straks gaan ze weer met de kudde op pad. 
  
Schaapskuddes vind je niet alleen op de heide. Ook in sommige steden zijn deze levende grasmaaiers aan het werk.

Schapen in Nederland 

In Nederland lopen schapen niet alleen op de heide. Ze begrazen ook de duinen en graslanden. Op de heide lopen heideschapen. Ze hebben lange poten zodat ze door de struiken kunnen lopen. Ze zijn slank en heel sterk. In graslanden zoals de polder en op dijken grazen weideschapen. Ze hebben korte poten en zijn wat ‘boller’. Ze eten alleen gras.
Op Texel en in Friesland heb je veel grasland. Daar komen dan ook de bekende weideschapen vandaan. Op de Veluwe, in Drenthe en in Limburg komen heideschapen voor. 
Bij een kudde is altijd een herder. Hij wordt geholpen door twee of drie honden. Ze lopen achter de schapen aan om ze in de goede richting te sturen. Ze houden de kudde ook bij elkaar. In gebieden met wilde dieren moeten de honden de kudde ook beschermen. Soms heeft een herder een eigen kudde. Soms is hij in dienst van een groot bedrijf. Er werken ook herders bij Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. Deze organisaties zorgen voor het Nederlandse landschap en werken veel met schapen.

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 55 De schaapherder.



Details en informatie

  • Titel: De schaapherder
  • Auteur(s): Moniek van Zijl
  • Nummer: 55
  • Niveau: 1
  • Siso: J 633.7