Noordhoff Uitgevers

De telefoon

Tegenwoordig heeft bijna iedereen een mobiele telefoon. Dat is handig. Je kunt even naar huis bellen als je later uit school komt. Of laten weten bij wie je na school gaat spelen. Voor 1995 had bijna niemand een mobiele telefoon. Hij bestond al wel, maar was nog erg duur. Rond de eeuwwisseling ging de prijs naar beneden. Toen kochten veel mensen er eentje. De mobiele telefoons van nu zijn smartphones. Dat is een Engels woord voor ‘slimme telefoon’. Een smartphone is eigenlijk een kleine computer. Je kunt er handige apps (zeg: eps) op zetten. Dat zijn computerprogramma’s. Een bekende app is WhatsApp. Je kunt er berichtjes en foto’s mee versturen. Maar met een smartphone kun je natuurlijk ook gewoon bellen.


We kunnen niet meer zonder de smartphone.

Telefoons maken

Per jaar worden er miljoenen nieuwe mobiele telefoons gemaakt. De meeste telefoons worden gemaakt in fabrieken in China. Daar worden de telefoons heel precies in elkaar gezet. In een smartphone zit een moederbord. Op dit plaatje zitten alle onderdelen vast. En ze staan met elkaar in verbinding. Bijvoorbeeld de microfoon, de batterij en het beeldscherm. Dat beeldscherm is bij smartphones een touchscreen (zeg: tutsj skrien). Dat is Engels voor ‘aanraakscherm’. Je kunt de telefoon bedienen door met je vingers op het scherm te tikken en te vegen. De mensen in de fabriek hebben meestal een vaste taak. Sommigen zetten een smartphone stap voor stap in elkaar. Anderen kijken of de telefoons werken. Ze doen bij iedere telefoon een test. Werkt het touchscreen, komt er geluid uit en kun je een foto maken met de telefoon? Als er iets niet goed is, gaat de telefoon terug naar de afdeling waar die in elkaar gezet wordt. Er zijn ook mensen die de telefoons die klaar zijn in een doos stoppen.


De binnenkant van een smartphone. Er zitten wel meer dan vijfhonderd onderdelen in.

Piepkleine computer

De mobiele telefoons worden steeds beter. Er worden elke keer nieuwe dingen bedacht. Zoals een batterij die langer meegaat. Of een betere camera, die nog scherpere foto’s maakt. Daarom kopen mensen graag regelmatig een nieuwe telefoon. Ook als de oude het nog wel doet. Dat is eigenlijk zonde. Als je je oude telefoon inlevert, gaat hij terug naar een fabriek. Daar wordt hij uit elkaar gehaald. Want er zitten dure grondstoffen in, zoals bijvoorbeeld goud. Die stoffen worden hergebruikt in nieuwe telefoons.
Met een smartphone kun je bellen, maar ook spelletjes doen. Die moet je dan eerst downloaden. Dat betekent dat je een computerprogramma op je smartphone zet.
Een mobiele telefoon heeft ook nadelen. Doordat mensen op de fiets of in de auto op hun telefoon kijken, krijgen ze soms ongelukken. En het is niet gezellig als iedereen overal en altijd maar met z’n telefoon bezig is. Mensen met een smartphone kijken er gemiddeld ongeveer 200 keer per dag op! En sommige mensen nog veel vaker. Ze kunnen er niet mee stoppen. Ze zijn verslaafd aan hun mobiele telefoon. Dat betekent dat het niet meer lukt om de telefoon een tijdje niet te gebruiken.

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 50 De telefoon.

Details en informatie

  • Titel: De telefoon
  • Auteur(s): Ingrid Nijkamp
  • Nummer: 50
  • Niveau: 2
  • Siso: J 521.5