Noordhoff Uitgevers

De toendra

Boven op de aarde, net onder de noordpool, bevindt zich het gebied dat de toendra wordt genoemd. Het ligt in een grote cirkel om de Noordelijke IJszee heen. Het hele gebied is van noord naar zuid enkele honderden kilometers breed. De Noordelijke IJszee en de toendra samen heten het noordpoolgebied of Arctica.
De toendra is een enorme, kale, lege vlakte, waar het erg koud is. In de winter komt de zon niet op. Hierdoor is het maandenlang helemaal donker. In de zomer is het iets warmer en kunnen er wat mossen en grassen groeien. Rendieren eten dit graag. Wolven en ijsberen voelen zich ook goed thuis op de toendra. En er wonen zelfs mensen.

Toendra is een Fins woord. Het betekent: onvruchtbaar land.

Een moeilijk bestaan

In het noorden van de toendra ligt zee. In het zuiden liggen naaldwouden. De boomgrens is de zuidelijke grens van het toendragebied. Bijna de hele toendra ligt binnen de poolcirkel. Daar gaat de zon in de zomer wekenlang niet onder. De zon blijft dan 24 uur per dag heel laag aan de hemel staan. Dat is de midzomernacht. Maar in de winter komt de zon wekenlang niet boven de horizon uit. Dat is de poolnacht. Het is dan ook overdag helemaal donker. De lange, donkere poolnacht wordt regelmatig opgefleurd door prachtige, dansende lichten aan de hemel: het noorderlicht.
Er valt niet veel regen of sneeuw in de toendra. Het is één van de droogste gebieden op aarde. Daarom wordt de toendra ook wel een koude woestijn genoemd. De bodem van de toendra is al duizenden jaren bevroren. Dit heet permafrost. De zomer op de toendra is net zo warm als de maand november in Nederland. In de korte zomer kan het bovenste laagje van de permafrost ontdooien. Omdat het smeltwater niet kan wegzakken, wordt het heel moerassig. Voor muggen is dit ideaal. In de zomer heb je er dan ook geweldige zwermen. Door de slechte bodem en de lage temperaturen is er op de toendra geen landbouw mogelijk. De toendraplanten zijn goed aangepast aan de barre omstandigheden. Ze zijn klein, groeien dicht op elkaar of ze groeien zo plat mogelijk over de bodem. Overal op de toendra groeit rendiermos. Vooral de rendieren die op de toendra leven, eten dit mos.
Net als de planten hebben alle dieren op de toendra zich goed aangepast aan hun omgeving. Ze hebben een dichte vacht of dikke veren. Hun oren zijn klein, zodat ze zo weinig mogelijk warmte verliezen.

Veel dieren hebben dichte vacht of dikke veren.

Veel dieren hebben in de winter een witte kleur. Daardoor vallen ze voor roofdieren minder op in de sneeuw. In de winter houden de meeste dieren een winterslaap of trekken ze naar het zuiden waar het wat warmer is. Vroeger leefden de mensen op de toendra voornamelijk van de jacht op zeehonden, beren, rendieren en muskusossen. De toendrabewoners trokken als nomaden over de toendra, op zoek naar eten. Daarbij namen ze kuddes tamme rendieren mee. Rendieren leveren melk en vlees.
In de bodem van de toendra zitten veel delfstoffen, zoals aardolie en aardgas, maar ook goud, koper en steenkool.

Details en informatie

  • Titel: De toendra
  • Auteur(s): Martine van Kolfschoten
  • Nummer: IC144
  • Niveau: 3
  • Siso: J 953.9