Noordhoff Uitgevers

De trek van dieren

Sommige vlinders, zoals de atalanta's, gaan in de herfst weg. Ze vliegen naar landen rond de Middellandse Zee. Daar is het 's winters niet zo koud als hier. Dat wegtrekken is het meest bekend van vogels. Je hebt vast wel eens gehoord dat de zwaluwen helemaal in Midden-Afrika overwinteren. Ze vliegen zelfs over de Sahara.
Dieren hebben allerlei redenen om te gaan trekken. Maar een ding is zeker: ze reizen niet voor de lol zoals wij als we op vakantie gaan. Dieren trekken om te overleven.
Ze kunnen ook niet anders. Hun instinct geeft aan wanneer ze op weg moeten en waarheen. Hoe dat precies werkt weet niemand. Het lijkt wel of dieren een 'ingebouwd kompas' hebben. En een 'ingebouwde kalender'.

Bekende trekvlinders zijn de monarchen in Amerika.

Overleven

Er zijn dieren die ­ín hun leefgebied rondreizen. IJsberen doen dat bijvoorbeeld. Dat noemen we geen echte trek. Trekken is als alle dieren van een soort regelmatig op weg gaan. Ze leggen daarbij meestal vaste routes af. En komen altijd weer terug in het gebied waar ze begonnen.
De gnoes, een soort antilopen, leven op de steppen van Oost-Afrika. In de droge tijd is er niet genoeg voedsel. Het gras is verdord. Alle gnoes trekken dan naar het Victoriameer dat 320 kilometer verderop ligt. Daar is nog voldoende water en gras. Zodra de regentijd aanbreekt, trekken de dieren weer terug.
Eigenlijk trekken een aantal vogels en sommige vlinders ook omdat er geen voedsel genoeg is in hun zomer leefgebied. In Nederland, maar ook in andere Noord-Europese landen zie je 's winters bijna geen insecten. En er bloeien geen bloemen.

Een heel belangrijke reden voor veel dieren om te trekken is de voortplanting. Ze gaan dan naar een bepaald gebied om daar eieren te leggen of jongen te krijgen.
Verschillende soorten walvissen zoeken hun voedsel in koude, noordelijke oceanen. Hun jongen krijgen ze in de warme, tropische zeeën.
Maar ook de padden bij jou in de buurt trekken in het voorjaar naar sloten en poeltjes. Daar paren ze en leggen ze hun eitjes, het dril. De paddenlarven leven in het water net als kikkervisjes.
Heel bekend is de trek van de zalmen in Noord-Amerika. Jonge zalmen worden geboren in de rivieren. Ze zwemmen naar zee en blijven daar tot ze volwassen zijn. Dan trekken ze terug naar de rivier waar ze geboren zijn. Ze paaien, paren, in de bovenloop van de rivier en leggen daar eitjes. De lange terugtocht tegen de stroom in, is heel vermoeiend. De meeste zalmen gaan daarna dood.

Beren zijn dol op een hapje zalm. Ze kunnen de vermoeide vissen makkelijk uit het water scheppen.

We weten zo veel over dierentrek door het werk van natuuronderzoekers. Het bestuderen van dieren met het blote oog of een verrekijker heet veldwaarneming. Het is niet altijd makkelijk om trekkende dieren te volgen. Soms worden daar vliegtuigen voor gebruikt. Bij gnoes bijvoorbeeld, maar ook bij zwermen sprinkhanen. Sprinkhanen trekken in enorm grote groepen. Ze eten onderweg alles op wat ze tegenkomen. Het landschap blijft kaalgevreten achter. Grote dieren krijgen ook wel eens radiozenders om. Heel eenvoudig is het om dieren een kleurstip te geven of een merkje in het oor.

Details en informatie

  • Titel: De trek van dieren
  • Auteur(s): Kim Nelissen
  • Nummer: IC121
  • Niveau: 3
  • Siso: J 592.9