Noordhoff Uitgevers

De Tweede Kamer

Je ziet ze elke dag op het journaal: mensen van de Tweede Kamer. Ze praten in de microfoon, zijn vaak boos, beantwoorden vragen en gebruiken moeilijke woorden. Ze praten over allerlei belangrijke zaken en nemen daar beslissingen over, want de Tweede Kamer is de baas in Nederland. Eens in de vier jaar mogen alle Nederlanders van 18 jaar of ouder stemmen voor de Tweede Kamer. Ze kiezen daar dan de mensen voor. De mensen die in de Tweede Kamer zitten, vertegenwoordigen het Nederlandse volk. Daarom heten ze ook wel volksvertegenwoordigers. Als Nederlanders vinden dat ze niet de goede beslissingen nemen, kiezen ze vier jaar later andere mensen in de Tweede Kamer. Zo gaat dat in een democratie.

Iedereen kan in de Tweede Kamer komen. Je moet dan wel lid zijn van een politieke partij. En mensen moeten bij de verkiezingen op jou stemmen.

De volksvertegenwoordigers zitten in de Tweede Kamer in een halve cirkel. De rechtertafel is de regeringstafel.

Democratie

Er zijn 150 zetels in de Tweede Kamer, verdeeld over de partijen die hebben meegedaan aan de verkiezingen. Alle Tweede Kamerleden van één partij zitten bij elkaar. Zo'n groep noemen we een fractie.

De mensen in de Tweede Kamer hebben een belangrijke taak. Ze houden de regering goed in de gaten. Als de regering iets verkeerd doet, stellen de mensen van de Tweede Kamer meteen vragen aan de ministers.

In de Tweede Kamer wordt gepraat over belangrijke zaken, bijvoorbeeld over het sturen van soldaten naar een land om daar de vrede te bewaren. Na het praten wordt er gestemd of de partijen ervoor of ertegen zijn.

De partijen die de verkiezingen gewonnen hebben, vormen een regering. De regering bestaat uit ministers. Als bijvoorbeeld de VVD en het CDA de verkiezingen gewonnen hebben en een regering vormen, zijn de ministers afkomstig van de VVD en het CDA. Die partijen noemen we dan de regeringspartijen. Ze hebben samen meer dan de helft van de 150 zetels in de Tweede Kamer, minstens 76 zetels dus. Daardoor weet de regering dat ze meestal op instemming van de Tweede Kamer kan rekenen. De partijen die niet in de regering zitten noemen we de oppositiepartijen. Die partijen zijn het vaak niet eens met de regering. Zij stemmen dan tegen de plannen van de regering of proberen ze te veranderen.

Als er een nieuwe wet moet komen, doet de regering een voorstel. Dat heet een wetsvoorstel. De Tweede Kamer debatteert erover met de minister die het voorstel doet. Als een volksvertegenwoordiger het niet eens is met dat wetsvoorstel, kan hij een motie indienen. Daarin vraagt hij de regering om het voorstel te veranderen. De Tweede Kamer voert dan een debat met de minister. In dit gesprek komen de afgevaardigden één voor één aan het woord en dan antwoordt de minister. Je mag elkaar ook onderbreken door een vraag te stellen of kritiek te leveren. Dat heet interrumperen. Over de motie wordt dan gestemd. Als de Tweede Kamer het niet eens is met het voorstel kan ze het hele wetsvoorstel verwerpen. Maar vaak proberen Kamerleden in dat geval om een onderdeel van de wet te veranderen. Dan dienen ze een amendement in. Dat is een wijziging van het wetsvoorstel. Als het amendement wordt aangenomen door de Tweede Kamer moet de minister het wetsvoorstel dus veranderen.

Behalve de Tweede Kamer is er ook de Eerste Kamer. De Eerste Kamer kijkt nog eens of de wetsvoorstellen die de Tweede Kamer heeft aangenomen goed in elkaar zitten en niet in strijd zijn met de Grondwet. De Eerste en de Tweede Kamer heten samen het parlement. De naam van het Nederlandse parlement is Staten-Generaal.

De Eerste en de Tweede Kamer zitten aan het Binnenhof in Den Haag.

Details en informatie

  • Titel: De Tweede Kamer
  • Auteur(s): Jakob van Sonderen
  • Nummer: IC218
  • Niveau: 4
  • Siso: J 393.36