Noordhoff Uitgevers

De vos

Een vos is een roofdier. Hij gaat op jacht, doodt dieren en eet die op. Er zijn veel soorten vossen, zoals de poolvos en de woestijnvos. In Nederland komt alleen de rode vos voor. Deze vos heeft grote puntige oren die rechtop staan. Hij kan ze in de richting van geluid draaien. Vossen hebben een goede neus. En met hun bijzondere ogen kunnen ze in het donker zien. Een mannetjes-vos heet een rekel. De vrouwtjes-vos heet moervos. Vossen hebben sterke poten, waarmee ze hard kunnen rennen. In de sprint halen ze wel vijftig kilometer per uur. Dat is bijna net zo hard als een auto in de stad mag rijden.

Een mannetjes-vos is groter en heet rekel. Een vrouwtjes-vos heet een moervos.

Een hol

Een vos kan overal slapen: onder een struik of op het dak van een schuur. In de winter zoekt de moervos een goed hol. Daar worden in het voorjaar de jonge vossen geboren. Een vossenhol kan alleen maar een gang en een kamer zijn. De kamer is het hol aan het einde van de gang. Soms gebruikt de vos een oud hol van een konijn of een das. Die holen hebben meerdere ingangen. Zo'n hol heet een burcht. De plaats van het hol is belangrijk. Er moet water in de buurt zijn. En in de omgeving moet de vos genoeg eten kunnen vinden. De ingang moet goed verstopt zijn.

Als de jonge vossen zes maanden zijn, moeten ze voor zichzelf gaan zorgen.

De moervos en de rekel paren in de winter. De moervos krijgt vijf, maar soms ook wel acht of tien jongen tegelijk. Die jongen heten welpen. Ze zijn bij de geboorte tien centimeter lang en ze wegen honderd gram. De ogen gaan pas na tien dagen open. Ze drinken melk uit de tepels van de moervos. Dat heet zogen. Dieren die hun jong zogen, worden zoogdieren genoemd. De moervos houdt de jongen warm, want zij hebben nog geen dikke vacht. Het mannetje gaat op jacht. Ze brengen de buit naar de moervos en de welpen.

Als de welpen een maand oud zijn, komen ze voor het eerst buiten. De jonge vossen onderzoeken de omgeving. En ze spelen samen. Ze rennen en buitelen over elkaar heen. De moervos jaagt, en geeft de welpen te eten. Eerst krijgen ze vlees dat de moervos fijngekauwd heeft. Daarna neemt de moervos kleine prooien mee, zoals muizen en kleine vogels. Als de welpen die eten, stopt de moeder met zogen. De jonge vossen stoeien veel, maar soms verandert dat in vechten. Ze grommen, bijten en blazen, net als katten. De jonge rekels vechten om te bepalen wie de sterkste is. Want die wordt de baas.

Details en informatie

  • Titel: De vos
  • Auteur(s): Marjon Sarneel
  • Nummer: JC256
  • Niveau: 1
  • Siso: J 598.95