Noordhoff Uitgevers

Diepzee

Vroeger dachten mensen dat er monsters in de oceanen leefden. Eigenlijk zaten ze er niet ver naast. Door onderzoek heeft men de laatste vijftig jaar de meest fantastische dieren ontdekt in de diepten van de oceanen. Veel van die dieren lijken inderdaad op monsters. Ze hebben enorme kaken en vlijmscherpe tanden en gebruiken licht om hun prooi te lokken. Sommige monsters lijken op draken, zoals de zes meter lange lintvissen met hun rode kuif en rugvin.
Nog steeds worden er nieuwe vissoorten ontdekt. Deze leven op duizenden meters diepte. De waterdruk is daar enorm. Als jij op vier kilometer diepte zou staan, zou het water op je drukken met het gewicht van vier miljard kilo! Zoveel wegen vier miljoen auto's. Daarom kan een gewone duikboot nooit zo diep komen. Hij zou in elkaar gedrukt worden. Voor diepzee-onderzoek gebruikt men een bathyscaaf of robots.

Deze diepzeevis lijkt op een monster.

Duisternis

De oceanen bestaan uit drie lagen. De oppervlaktelaag is tweehonderd meter dik. Er is licht. Tussen de kelp die daar groeit, leven veel vissen en andere dieren. Door het licht leeft er ook veel fytoplankton. Dit wordt door veel dieren gegeten.
Tussen tweehonderd en duizend meter diepte ligt de schemerzone. Hier is het kouder en donkerder. Er dringt alleen nog een beetje blauw licht door. Omdat er nauwelijks licht is, groeien er geen planten. En zonder planten kunnen er geen planteneters leven. De schemerzone is arm aan voedsel. Toch leven er dieren. Die zwemmen 's nachts omhoog naar de oppervlaktelaag. Daar zoeken ze voedsel. Als het licht wordt, verbergen ze zich weer in de duisternis. De potvis jaagt op dieren in de schemerzone. Het liefst eet hij reuzeninktvissen. De potvis kan tot 1200 meter diepte duiken.

Een kelpwoud met orka's.

Veel vissen die in de schemerzone leven, zijn lichtgevend. Ze hebben lichtvlekjes op hun lichaam. Sommige van die vlekjes lijken net knipperlichten. De diepzeehengelvis draagt een soort hengel op zijn rug. Aan het eind ervan zit een bolletje met lichtgevende bacteriën. Daarmee lokt deze vis andere vissen. Diepzee-pijlinktvissen spuiten een lichtgevende wolk uit. Een aanvaller raakt daardoor in de war.
Beneden de duizend meter diepte is het volledig donker. Het water is daar erg koud, drie tot vier graden Celsius. Er leven in deze laag weinig dieren, doordat er weinig voedsel is. De dieren die er leven, bewegen nauwelijks, om energie te sparen. Ze wachten tot er een prooi voorbij komt. Door hun grote kaken en een rekbare maag kunnen ze hun prooi met zekerheid pakken. Ze eten prooien die wel vier keer zo groot zijn als zijzelf! Want daarna moeten ze misschien weer wekenlang wachten.

De bodem van de diepzee ligt gemiddeld vier kilometer onder het wateroppervlak. Hij heeft bergen en dalen. Sommige bergen steken boven water uit. Ze vormen zo eilanden. In het midden van de oceanen wordt de bodem uit elkaar gedrukt door magma. Dat stijgt door de scheuren in de bodem omhoog. Het koelt af en wordt oceaanbodem. Op deze mid-oceanische ruggen is het water warm. Er zijn heetwaterbronnen. In die bronnen zit zwavel. Daarvan leven bacteriën. En van die bacteriën leven veel dieren, zoals de reuzenkokerwormen.
De diepste plaatsen van de diepzee zijn troggen. Ze zijn ongeveer tienduizend meter diep. In 1960 bereikten Picard en Walsh met een speciale duikboot de bodem van de Marianentrog, op 10.917 meter diepte.

Details en informatie

  • Titel: Diepzee
  • Auteur(s): William van den Akker
  • Nummer: IC112
  • Niveau: 4
  • Siso: J 578.6