Noordhoff Uitgevers

Dieren in de woestijn

In een woestijn kan het overdag wel 50 graden worden. En het zand zelfs 75 graden. 's Nachts kan het in sommige woestijnen flink vriezen. Tegen zo'n extreem klimaat kan niet elk dier. De meeste woestijndieren houden zich overdag kalm. Ze verschuilen zich tegen de hitte in een hol diep onder de grond. Of ze liggen tussen rotsen of onder stenen. 's Avonds, als het afkoelt, komen ze tevoorschijn en gaan ze op zoek naar voedsel. Elk dier dat in de woestijn woont, heeft zijn eigen manier om er te overleven.

Een jerboa of springmuis is tien centimeter lang, maar kan sprongen van twee meter maken.

Samenwerken

Planten en dieren vormen in de woestijn een ecosysteem. Ze werken samen en zijn van elkaar afhankelijk. In de gang die een muis heeft gegraven, kan bijvoorbeeld een slang tegen de hitte schuilen. Dieren in de woestijn hebben twee grote problemen: de droogte en de hitte. In de woestijn groeien niet veel planten. Daarom wonen er alleen wat kleine planteneters. Omdat er niet zoveel planteneters in de woestijn leven, zijn er ook weinig vleeseters. Want vleeseters eten vooral planteneters. Daarom leven er in een woestijn veel minder dieren dan bijvoorbeeld in een tropisch regenwoud.

De kameel wordt wel 'het schip van de woestijn' genoemd, omdat hij zo schommelt tijdens het lopen, en omdat dit dier vroeger het enige vervoersmiddel in de woestijn was.

Kamelen zijn goed aangepast aan het leven in de woestijn. Ze kunnen goed tegen de hitte, de droogte, het stuivende zand en de kou. De vacht van een kameel isoleert tegen de hitte. Ook de vetbulten op de rug doen dat. Het vet dat erin zit, houdt de zonnewarmte tegen. Een kameel kan ongeveer tien dagen zonder water. En als hij dan water tegenkomt, drinkt hij meteen heel veel. Wel meer dan honderd liter. Veel mensen denken dat een kameel het water opslaat in zijn bulten. Dat is niet zo. In de bulten zit reservevoedsel. Als de kameel het reservevoedsel gebruikt, worden de bulten kleiner.

Lopen in de woestijn is geen pretje. Het hete zand kan de voetzolen van dieren gemakkelijk verbranden. Gelukkig hebben alle dieren daar een oplossing voor. De poten van de kameel zijn beschermd door een dikke laag eelt. Kleinere woestijndieren springen of rennen door het zand. Dan kunnen ze zich niet branden. Ook zijn er dieren die steeds de poten wisselen waarop ze staan. Als de ene poot te warm wordt, gaan ze op een andere staan. De hoornratelslang kronkelt op zo'n manier, dat hij het warme zand maar kort aanraakt. Aan het spoor van losse S-bochten kun je zien waar de slang naartoe ging.

Details en informatie

  • Titel: Dieren in de woestijn
  • Auteur(s): Josée Gruwel
  • Nummer: IC193
  • Niveau: 3
  • Siso: J 596.8