Noordhoff Uitgevers

Dieren in het tropisch regenwoud

Nergens op de hele wereld leven meer verschillende planten en dieren bij elkaar dan in een tropisch regenwoud. Er leven zulke vreemde dieren, dat je die zelf niet zou kunnen bedenken. Wat dacht je bijvoorbeeld van rupsen die eruitzien als vogelpoepjes? Of kikkers die uit een poeltje kruipen om hun jongen hoog boven in een boom te zetten? Stel je voor dat er nu in jouw klas 33 duizend diertjes zouden rondkruipen. Dan heb je enig idee hoeveel dieren er in een tropisch regenwoud in dezelfde ruimte leven. In een tropisch regenwoud leeft een enorme verscheidenheid aan dieren en planten. Nergens anders vind je vliegende eekhoorns, apen met grijpstaarten en als plant vermomde luiaards. Wat dacht je van mieren die door planten worden beschermd en slangen van acht meter lang? Nergens anders word je met een oorverdovend geluid begroet wanneer de zon opkomt. Het tropisch regenwoud is uniek!














In het regenwoud leven de mooiste vlinders. Dit is de blauwe morpho.

Samenleven

Tropische regenwouden liggen rond om de evenaar. Het is er net zo warm als op een hete zomerdag hier en elke dag zijn er wolkbreuken. Er zijn geen seizoenen, zoals bij ons. Het hele jaar door zitten er bladeren aan de bomen. Planten groeien er als kool. Ontzettend veel dieren leven van deze planten.

In de kroonlaag van een regenwoud leven heel veel dieren. Het is een netwerk van wissels. Eekhoorns, apen, muizen en andere dieren hebben hun vaste routes, zoals mensen die in een drukke stad hebben. Ook vogels die niet over de kroonlaag heen vliegen maar tussen de takken door, gebruiken vaste routes. Veel vogels hebben korte vleugels om goed door deze tunnels te kunnen vliegen.












Als er geen ruimte is om te vliegen, kan een vogel altijd nog klimmen, zoals een papegaai dat doet. Zijn snavel is een "derde hand" om mee te klauteren en aan een tak te bungelen.

Veel zoogdieren in de kroonlaag kunnen goed klimmen. Sommige hebben klauwen om een tak te grijpen. Andere dieren hebben lange armen met stevige handen. Bijvoorbeeld de gibbon, een soort aap. Hij heeft een grote duim waarmee hij takken vastpakt om van de ene naar de andere te slingeren. Tien meter ver zwieren is geen probleem. Ook zijn voeten helpen bij het klimmen. Veel apen in de Amerikaanse regenwouden hebben nog een "vijfde hand": hun staart. Deze is extra lang en gespierd en kan zich om takken heen slingeren. Behalve vogels en insecten zijn er in de regenwouden nog andere dieren die door de lucht kunnen bewegen, zoals een "vliegende" muis, hagedis en eekhoorn. Zij hebben huidplooien tussen hun pootjes, die ze uitspreiden tijdens een sprong.

Geluiden zijn belangrijk voor de communicatie in een oerwoud. Bij gevaar moet een dier meteen zijn soortgenoten kunnen waarschuwen.

Planten en dieren zijn in het tropisch regenwoud van elkaar afhankelijk. Bekende voorbeelden zijn vlinders en bijen die nectar zuigen uit bloemen. Soms zijn dieren en planten zo afhankelijk van elkaar, dat ze niet meer zonder elkaar kunnen leven. Dat heet symbiose. In de vacht van de luiaard groeien algen. Het haar van de luiaard is wat poreus, zodat de algen niet snel wegspoelen bij regen. Door deze planten is de luiaard een beetje groen: dat geeft hem een uitstekende schutkleur.

Details en informatie

  • Titel: Dieren in het tropisch regenwoud
  • Auteur(s): William van den Akker
  • Nummer: IC211
  • Niveau: 3
  • Siso: J 578.7