Noordhoff Uitgevers

Dieren op de savanne

Nergens komen zoveel verschillende wilde dieren voor als op de savanne. Op deze uitgestrekte vlakte met grassen, struiken en bomen eet iedere diersoort iets anders. Daardoor zijn de dieren geen concurrenten van elkaar en is er voor iedereen genoeg voedsel.
Er komen ook roofdieren voor op de savanne. Die leven van planteneters. Dat betekent dat planteneters altijd op hun hoede moeten zijn. Ze leven vaak in groepen. Dan zijn ze minder kwetsbaar. Sommige dieren worden beschermd door een camouflagekleur. Hierdoor vallen ze minder op voor hun vijanden.
Ieder jaar is er op de savanne een droge tijd van ongeveer vier maanden. In het begin bloeien er nog volop planten en is er genoeg gras. Als het voedsel schaars wordt, trekken veel dieren weg naar gebieden waar nog wel regen valt. Elk jaar gaan er 1,5 miljoen gnoes op trek, samen met 400 duizend zebra's en 10 duizenden antilopen.

Ieder jaar trekken een paar miljoen dieren naar gebieden waar genoeg regen valt. Andere dieren, zoals vogels, krokodillen of slangen, gaan niet weg. Voor hen is er altijd nog wel wat water te vinden.

Dieren bij elkaar

Savannen liggen in de warme gebieden rond de evenaar. Je vindt ze in Australië, Azië en Zuid-Amerika. Maar de grootste en bekendste savannen liggen in Oost-Afrika. Daar leven enorme kuddes dieren. Zij vormen een levensgemeenschap, waar planten en dieren afhankelijk zijn van elkaar. Als er bijvoorbeeld geen zebra's waren, die het oude gras eten, zouden de gnoes geen jong gras kunnen vinden. Struisvogels blijven vaak in de buurt van gnoes en zebra's. Waar deze dieren de grond vertrappen, komen wormen en insecten naar boven: een lekker hapje voor de struisvogel.
Planteneters moeten de hele dag eten om genoeg voedsel binnen te krijgen. Een roofdier heeft het gemakkelijker. Dat hoeft alleen maar af en toe op jacht te gaan om een dier te vangen. Roofdieren laten vaak kadavers liggen. Deze resten van dode dieren worden weer door andere dieren gegeten, zoals gieren. Aaseters wachten tot de roofdieren hun buik vol hebben en doen zich dan tegoed aan de rest.

Veel dieren op de savanne kunnen hard rennen. Vooral de hoefdieren. Zij hebben lange, dunne poten met hoeven. De meeste hoefdieren kunnen harder rennen dan roofdieren. Daardoor kunnen ze soms ontsnappen. Sommige hoefdieren kunnen zich nog op een andere manier verdedigen. Zo kunnen antilopen heel hoog springen. Als zebra's bij elkaar in een kudde grazen, lopen de strepen van het ene dier over in het andere. Voor een roofdier wordt het dan heel lastig om er één dier uit te pakken. Andersom hebben roofdieren ook voordeel van hun eigen camouflage. Een leeuw is geel en valt daardoor nauwelijks op in het dorre, gele gras. Zo kan hij een dier heel dicht naderen voordat hij echt aanvalt.
Er leven niet alleen zoogdieren, maar ook vogels, insecten en reptielen op de savanne. Tussen het gras leven duizenden hagedissen en slangen. Met zoveel dieren is er natuurlijk ook heel veel mest op de savanne. Een van de hardste werkers tussen al deze dieren is de mestkever. Mestkevers gebruiken de uitwerpselen van andere dieren om hun eitjes in te leggen. Ze verspreiden de mest ook over de savanne. Zo komen de gezonde voedingstoffen uit de mest weer bij de planten terecht.

Vogels moeten altijd waakzaam blijven als ze water drinken. In de poel liggen krokodillen te wachten op hun prooi.

Details en informatie

  • Titel: Dieren op de savanne
  • Auteur(s): Ferry Siemensma
  • Nummer: IC257
  • Niveau: 3
  • Siso: J 596.8