Noordhoff Uitgevers

Dieren van de Galapagos

Enorme schildpadden, vogels met knalblauwe voeten, grote leguanen die rechtstreeks uit de prehistorie lijken te komen. Op de Galapagos-eilanden leven dieren die je nergens anders tegenkomt. De Galapagos-eilanden liggen bijna 1000 kilometer van Ecuador. Ze vormen een archipel in de Stille Oceaan. 
De Engelse wetenschapper Darwin bezocht tijdens zijn zeereis om de wereld in 1835 de Galapagos-eilanden. Het viel hem op dat de dieren die hij daar zag, zo ongelooflijk tam waren. Dat heeft ermee te maken dat de dieren daar nauwelijks een natuurlijke vijand hebben. De meeste dieren gingen alleen dood door ouderdom of door een ongeluk. 
De dieren van de Galapagos zijn zo bijzonder dat er ieder jaar duizenden toeristen komen om ze te bewonderen. De meeste reisorganisaties doen aan ecotoerisme


De meeste toeristen die de Galapagos bezoeken, trekken per boot van het ene naar het andere eiland. Ze betalen 100 Amerikaanse dollar, dat is zo’n 70 euro, voor de bescherming van de eilanden.

Reptielen en vogels

De Galapagos-eilanden zijn ongeveer 5 miljoen jaar geleden ontstaan door vulkaanuitbarstingen. De eerste dieren zijn waarschijnlijk vanuit Zuid-Amerika meegereisd op stukken hout en drijvende plantenresten. Zo’n toevallige reis kan maanden duren, want het vasteland is 1000 kilometer ver weg. Veel dieren overleven dat niet. Schildpadden en hagedissen kunnen lang zonder voedsel en water. Dat verklaart waarom je op de Galapagos veel reptielen tegenkomt, maar weinig andere inheemse dieren.
Er leven ook veel vogels op de eilanden. Zoals de blauwvoetgent en de aalscholver. Die laatste komt in Nederland ook voor. Maar de Galapagos-aalscholver is de enige aalscholver die niet kan vliegen. Het dier kan wel een meter hoog worden, maar zijn vleugels stellen weinig voor.

Landschildpadden

De enorme landschildpadden van de Galapagos zijn wereldberoemd. Ze kunnen 150 jaar oud worden. De mannetjes worden soms wel anderhalve meter lang en wegen dan zo’n 250 kilo. Het vrouwtje legt eieren in een kuil in de warme zandgrond. Daarna dekt ze de kuil met een dikke zandlaag af. Na vier tot vijf maanden komen de jongen uit en worstelen door het zand naar boven. Soms lukt dat niet en stikken ze onder de grond. Als het wel lukt, lopen ze gevaar dat ze worden opgegeten door inheemse roofdieren, zoals de Galapagos-buizerd of –slang. 
Toen de mensen in de zeventiende eeuw op de eilanden kwamen, kregen de schilpadden er meer vijanden bij. Zeerovers en walvisvaarders doodden de dieren om ze op te eten of om hun huid, olie en vet te verkopen. Zij brachten ook andere dieren mee, zoals de geit. Geiten en schildpadden eten hetzelfde voedsel. Als de geiten verwilderen, planten ze zich zo snel voort dat er niet genoeg voedsel overblijft voor de schildpadden. 
Ongemerkt kwamen er ook ratten mee, soms met besmettelijke ziektes. In korte tijd kwamen er zoveel vreemde dieren, dat de inheemse dieren zouden kunnen uitsterven. Niet alleen de schilpadden, maar ook de zeeleguaan.
Om te voorkomen dat de dieren van de Galapagos uitsterven, werden de eilanden in 1959 een nationaal park. Er werden verschillende plannen gemaakt om de dieren te helpen. Natuurbeschermers zoeken de nesten van de schildpadden en zorgen dat de eieren in een veilige omgeving kunnen uitkomen. Later worden de jonge schildpadden weer teruggebracht naar de plek waar ze vandaan kwamen.


Blauwvoetgenten leven op de Galapagos. Ze komen ook voor langs de kusten van de oostelijke Stille Oceaan van Californië tot Peru.

Dit is een samenvatting van het Informatie-boekje 408 Dieren van de Galapagos.

Details en informatie

  • Titel: Dieren van de Galapagos
  • Auteur(s): Moniek van Zijl
  • Nummer: 408
  • Niveau: 3
  • Siso: J Ecuador 577.4