Noordhoff Uitgevers

Dierentuinen

Natuurlijk weet je wat een dierentuin is. Maar weet je ook hoe dierentuinen zijn ontstaan? Ze hebben een lange voorgeschiedenis. Ruim vierduizend jaar geleden hielden de oude Egyptenaren dieren bij hun paleizen. In het oude Rome werden dieren in kooien tentoongesteld. En ook de Chinese keizers lieten graag zien wat ze aan dieren verzameld hadden. Vanaf de zeventiende eeuw namen Europese zeelieden dieren mee van verre reizen over zee. Vorsten of andere rijke mensen kochten deze dieren. Ze hielden ze voor hun eigen plezier. Eens per jaar openden ze hun deuren om de verzameling aan het publiek te tonen.

De rijke mensen noemden hun dierenverzameling een menagerie. Sommige dierentuinen van nu zijn als menagerie begonnen. De eerste echte dierentuin werd in 1828 geopend. Het was de Zoo in Londen. Tien jaar later opende Artis in Amsterdam zijn deuren.

De London Zoo is trots op zijn tijgers.

Respect voor de dieren

Opgesloten dieren hadden in het algemeen niet zo'n prettig leven. De hokken waren klein, de temperatuur was te hoog of te laag en de voeding was soms slecht. Veel dieren gingen dan ook dood. Jammer, maar geen probleem. De mensen vingen wel weer nieuwe dieren.

Geen probleem? Pas tegen 1900 begonnen mensen in te zien dat het zo niet kon, dat het misdadig was om zo met dieren om te gaan. Ze probeerden toen meer te weten te komen over het leven en het gedrag van de dieren. Dierentuinen probeerden de leefomgeving van de dieren na te bootsen. Ze bouwden grotere hokken. De eerste die hier in Nederland mee begon, was Johan Burgers. Hij liet in 1923 in Arnhem een dierenpark aanleggen. Dit kennen we nu als Burgers' Zoo. Er zijn allerlei speciale leefgebieden nagemaakt. Een safaripark, een snikhete woestijn, een oceaan.

Het is moelijk om in een dierentuin de leefomgeving van een oerang-oetan precies na te bootsen. In plaats van lianen zijn er touwen.

Geef je een panda in de dierentuin zijn bamboe niet, dan gaat hij dood. Laat je haaien in zoet water zwemmen, dan drijven ze binnen de kortste tijd op hun rug. En krijgt de roze flamingo slecht voedsel, dan verliest hij zijn kleur en wordt hij lijkbleek. Wetenschappers hebben het gedrag en de eetgewoontes van de dieren bestudeerd. Een moderne dierentuin probeert rekening te houden met het gedrag en de eetgewoontes van de verschillende dieren. Bavianen bijvoorbeeld, vervelen zich snel en gaan dan rare dingen doen. Wat doen de verzorgers nu? Ze verstoppen het eten. Het zoeken is een verzetje. De bavianen zijn er lekker een tijdje zoet mee.

Zijn dierentuinen nu dan goed voor de dieren? Dat kun je je blijven afvragen. Zeker als je een prachtig roofdier als de panter dwaas ziet liggen dutten, terwijl hij in de natuur vrij over de velden zou hebben gerend. Voor sommige dieren hebben dierentuinen wel degelijk een functie. Dierentuinen helpen tegenwoordig namelijk ook mee aan het behoud van diersoorten. Hoe dan? Van veel dieren zijn er nog maar weinig over. Bijvoorbeeld van het Braziliaanse leeuwaapje. Zo'n dier wordt dan in de dierentuin opgevangen en heel goed verzorgd. Voelt het zich prettig, dan zal het zich voortplanten. Als er op deze manier weer een behoorlijk aantal van de soort is gekomen, kunnen de dieren weer terug naar de natuur. Niet zomaar natuurlijk, want ze zijn niet gewend aan natuurlijke vijanden. Daarom wordt er een stuk natuur afgezet. Daar kunnen dan geen dieren komen die bedreigend zijn voor het dier. Zo'n stuk beschermd natuurgebied heet reservaat.

In het wild leven er nog maar twaalfhonderd reuzenpanda's. In dierentuinen wordt veel onderzoek naar ze gedaan.

Details en informatie

  • Titel: Dierentuinen
  • Auteur(s): Edith Schreuder
  • Nummer: IC084
  • Niveau: 3
  • Siso: J 592.4

Video bekijken