Noordhoff Uitgevers

DNA

Alle mensen, dieren en planten hebben DNA. Je ziet het niet met het blote oog, maar het zit in ieder deeltje van je lichaam. Zonder dat je het doorhebt, zorgt DNA ervoor dat er van alles gebeurt in je lijf. Je beweegt, kijkt rond, denkt na en praat. Je lichaam groeit, beschadigde onderdelen worden vervangen en er worden allerlei stoffen geproduceerd. Jouw DNA is uniek. Bijna niemand anders heeft precies hetzelfde DNA. Alleen het DNA van een eeneiige tweeling is hetzelfde.
Ruim tachtig jaar nadat het DNA was ontdekt, kwamen drie Engels wetenschappers er achter hoe het DNA eruitziet. Ook ontdekten ze hoe DNA door een cel wordt gekopieerd. Het was een belangrijke doorbraak in het onderzoek. In 1962 kregen zij de Nobelprijs voor de geneeskunde. Dat is een belangrijke prijs voor wetenschappers.


DNA zit overal in je lichaam. Onderzoekers halen met een wattenstaafje wat slijm uit je mond en kunnen dan jouw DNA onderzoeken.

Hoe werkt het?

Alles wat leeft bestaat uit een of meer cellen. Deze cellen hebben allemaal hun eigen functie, botcellen bijvoorbeeld geven je lichaam stevigheid. In de cellen zit DNA. Het DNA zorgt ervoor dat cellen eiwitten maken die je lichaam nodig heeft, spieren, nagels, haren. DNA regelt ook dat er enzymen gemaakt worden. Deze bijzondere eiwitten helpen bijvoorbeeld je eten te verteren.
Hoe weet een cel nu hoe hij een bepaald eiwit moet maken? In iedere cel zit informatie. Als er een eiwit gemaakt wordt, kopieert de cel dat deel van die informatie die hij op dat moment nodig heeft.
DNA zorgt ervoor dat je lichaam goed werkt. Het bepaalt ook hoe je eruitziet. Of je blauwe ogen hebt, of kroeshaar. Het zijn erfelijke eigenschappen die je van je ouders gekregen hebt. 
Jouw DNA is verdeeld over verschillende chromosomen. Je hebt chromosomen van je vader en van je moeder gekregen. Ook je broer of zus hebben dezelfde ouders. Toch hebben jullie niet precies hetzelfde DNA. Dat komt omdat de chromosomen van de voortplantingscellen door elkaar gehusseld worden. Daardoor erft ieder kind net iets andere eigenschappen.



Leanne en Jente hebben dezelfde vader en moeder, maar Leanne heeft blauwe ogen en Jente bruine. Ze hebben elk net iets andere eigenschappen geërfd.

Onderzoek

Wetenschappers hebben lange tijd geprobeerd te ontdekken hoe erfelijke eigenschappen worden doorgegeven. In 1869 werd het DNA ontdekt, maar er was nog járen onderzoek nodig voordat ze wisten hoe het werkte. En ze wilden ook weten of je DNA kunt verbeteren. Zodat een dier of plant eigenschappen krijgt die nuttig zijn voor mensen. Wetenschappers hebben bijvoorbeeld tomaten zo veranderd, dat ze niet zo snel rijp worden. En dat ze zijn langer houdbaar zijn.
De kennis van DNA wordt ook gebruikt om ziektes op te sporen of nieuwe medicijnen te ontwikkelen. Ook kan de politie via DNA daders van een misdaad opsporen. De mogelijkheden met DNA-technologie zijn eindeloos. Stel je voor dat we mensen kunnen maken die gezond zijn, goed in sport én heel slim. Dat zou geweldig zijn. Of niet? Lang niet iedereen vindt het een goed idee om het DNA van planten en dieren te veranderen. We weten nog lang niet genoeg van de gevolgen. Misschien worden we wel ziek, als we transgene planten en dieren eten. Bovendien: als je goede dingen kunt maken, kun je ook slechte dingen maken.
Voorstanders zijn het hier niet mee eens. Zij willen ziekten genezen, medicijnen ontwikkelen en planten maken die gezond en lekker zijn.

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 385 DNA.

Details en informatie

  • Titel: DNA
  • Auteur(s): Moniek van Zijl
  • Nummer: 385
  • Niveau: 5
  • Siso: J 573.2