Noordhoff Uitgevers

Drijvende werelddelen

Spuwende vulkanen, aardbevingen en enorme bergen. Wat hebben zij met elkaar te maken? Om daar achter te komen, moeten je eerst weten hoe de aarde in elkaar zit. Je kunt je de aardbol voorstellen als een avocado. Die vrucht heeft een harde schil, zacht vruchtvlees en een grote pit. De ‘pit’ in de aardbol is de kern. Daar is het heel heet. Om de kern zit de mantel en daar omheen de aardkorst.

Veel kennis over de aarde en de aardkorst hebben we opgedaan door aardbevingen te onderzoeken met seismometers. Hierdoor kunnen onderzoekers nu als het ware in de aarde kijken. Ook door gaten te boren in de aarde, kom je dingen te weten. Maar dat is niet zo gemakkelijk, want op sommige plekken is het ontzettend heet. Dat boren gaat niet snel. In 1970 boorden de Russen een gat van meer dan 12 kilometer diep! Dat duurde 24 jaar.

 

Als je in de aarde kon kijken, zou hij er zo uitzien.

De aarde beweegt

De aardkorst bestaat niet uit één groot stuk, maar uit losse platen. Op sommige platen ligt land en op andere liggen oceanen. Er zijn ook platen waar beide op liggen. In totaal zijn er zes grote platen en verschillende kleine. Op de breuklijnen kunnen de platen langs elkaar bewegen, botsen of uit elkaar drijven. Als één plaat beweegt, beweegt de rest ook. Dit gaat heel traag, een paar centimeter per jaar.

Als twee platen van de aardkorst tegen elkaar botsen, ontstaan de bergen zoals de Alpen. Dit gebeurt niet in vijf minuten, maar duurt miljoenen jaren. In Nederland komen geen bergen voor, omdat ons land te ver van de rand van een plaat ligt. Ons land schuift dus niet tegen of onder een andere plaat.

In de negentiende eeuw ontdekte de Duitse wetenschapper Alfred Wegener dat de werelddelen vroeger aan elkaar gezeten moeten hebben. Niemand geloofde hem. Toch moesten ze hem na zijn dood gelijk geven, omdat men toen meer te weten kwam over hoe de aarde van binnen werkte.

Door het drijven van de platen ontstaan ook aardbevingen. Dat gebeurt als twee platen tegen elkaar botsen of langs elkaar schuiven in tegenovergestelde richting. De platen liggen elkaar in de weg en kunnen niet verder drijven. Opeens schieten ze toch een eindje verder en dat is een aardbeving. Meestal ontstaat een aardbeving diep in de aardkorst. Als er een beving op de zeebodem plaats vindt, heet dat een zeebeving. In Groningen komen de laatste jaren ook kleine aardbevingen voor. Maar die hebben niets met drijvende platen te maken. Deze bevingen ontstaan doordat er op die plekken gas uit de aardbodem wordt gehaald.

Vulkanen

Door de drijvende platen ontstaan er ook vulkanen. Veel vulkanen ontstaan als twee platen botsen en de ene plaat onder de andere schuift. Het magma kan dan via scheuren door de aardkorst naar buiten barsten.

Er zijn op aarde zo’n 1500 vulkanen die boven water uitsteken of op het land liggen. Ongeveer 600 hiervan zijn actief, ze barsten af en toe uit.

Niet alle vulkanen liggen op breuklijnen. Op sommige plekken, zoals in het natuurpark Yellowstone in Amerika, komen geisers voor. Het grondwater komt hier in contact met heet magma en wordt zo heet dat het omhoog spuit.

In 2011 was er een zware aardbeving in de zee bij Japan. Er spoelde een enorme golf water over het land heen. Alles werd meegesleurd.

Dit is een samenvatting van het Informatie-boekje 397 Drijvende werelddelen.

Details en informatie

  • Titel: Drijvende werelddelen
  • Auteur(s): Kim Nelissen
  • Nummer: 397
  • Niveau: 5
  • Siso: J 560