Noordhoff Uitgevers

Ecosystemen

Een savanne, en duinlandschap en een rivier: drie verschillende ecosystemen. Elk heeft zijn eigen planten en dieren. Die planten en dieren kunnen niet zonder elkaar. In elk ecosysteem leven jagers, prooien en opruimers. En er groeien planten: zoals grassen, bomen en mossen. De hele wereld bestaat uit ecosystemen. Welk ecosysteem ergens voorkomt, hangt onder andere af van het klimaat. Valt er vaak en veel regen, dan is er tropisch regenwoud. Als er erg weinig regen valt, dan is er een woestijn. Van de diepzee tot de toppen van de bergen, van een rivier in Afrika tot een sloot in de polder; het zijn allemaal ecosystemen. Misschien hebben jullie een vijver in de tuin, dan heb je een ecosysteem vlak bij huis. Je hebt zelfs een ecosysteem bij je: je hoofd is het leefgebied van bacteriën en hoofdluis.

Eten en gegeten worden

In een ecosysteem heb je altijd een voedselketen. Op de Afrikaanse savanne groeit bijvoorbeeld enorm veel gras. Dat gras is voedsel voor graseters, zoals een gazelle. Graseters zijn op hun beurt weer voedsel voor vleeseters, cheeta’s of luipaarden. Je kunt een voedselketen weergeven als een piramide. Bovenaan de voedselpiramide staan de vleeseters zonder vijanden. Op de Noordpool is dat de ijsbeer.
Een voedselketen stopt niet, want alle dieren poepen en ze gaan een keer dood. Zo komt ook een eind aan het leven van de dieren die bovenaan de voedselpiramide staan, zoals de visarend of de cheeta. Dode dieren en de poep van dieren zijn voedsel voor aaseters, zoals gieren en maden, of bacteriën en schimmels.

Van groot tot klein

Ecosystemen zijn er in allerlei vormen. Van warm tot koud. Het ecosysteem van een tropisch regenwoud ziet er heel anders uit dan dat van een toendra. Ook in en langs zee zijn heel verschillende ecosystemen. In warme, ondiepe, heldere zeeën groeit koraalrif, terwijl op een zandbodem zeegras groeit. De rotskust van Engeland is weer heel anders dan onze zandstranden met duinen en duinmeren. Een tuinvijver is een mini-ecosysteem.
Een ecosysteem heeft nooit hele duidelijke grenzen. Zo gebruiken meeuwen twee ecosystemen. Ze nestelen in het duin en vliegen naar het strand en de zee om eten te zoeken. Dieren kunnen zich ook over grote afstand tussen ecosystemen verplaatsen. Boerenzwaluwen broeden bijvoorbeeld in Nederland in boerenschuren en overwinteren op de Afrikaanse savanne. Zo hebben eigenlijk alle ecosystemen van de wereld met elkaar te maken.

Ecosystemen in verandering

Ecosystemen blijven niet altijd hetzelfde. Ze kunnen plotseling veranderen, bijvoorbeeld door een brand of overstroming. Soms gaat het geleidelijk. Een ondiep meer kan na een aantal jaren dichtgroeien met planten.
Ook de mens kan invloed hebben op een ecosysteem. Door een bos te kappen, of met zware visnetten over de zeebodem te slepen. Mensen vernietigen niet alleen ecosystemen, ze doen ook aan natuurontwikkeling. Soms gaat dat per ongeluk, zoals bij de Oostvaardersplassen. Daar bleef na de inpoldering een nat gebied over waar vanzelf allerlei planten en dieren kwamen. Toen besloten de mensen het gebied te beschermen. Nu kan de natuur er zich nog beter ontwikkelen.

Dit is een samenvatting van het Informatie-boekje 30 Ecosystemen.

Details en informatie

  • Titel: Ecosystemen
  • Auteur(s): Geert-Jan Roebers
  • Nummer: 30
  • Niveau: 4
  • Siso: J 573.3