Noordhoff Uitgevers

Epilepsie

Een op de honderdvijftig Nederlanders heeft er last van: epilepsie. Vroeger werd het wel de ‘vallende ziekte’ genoemd, omdat iemand tijdens een aanval op de grond kan vallen. Maar dat hoeft niet. Soms heeft iemand alleen even een absence (zeg: apsans), het lijkt dan net of diegene dagdroomt. Daarom is de naam epilepsie beter. Het is een ziekte waarbij het bewustzijn af en toe vermindert of zelfs helemaal verdwijnt. Het heeft te maken met wat er in de hersenen gebeurt. Vlak voor een aanval krijgen de hersenen te veel prikkels. Er ontstaat dan een soort kortsluiting: de aanval, of insult. Hoe epilepsie ontstaat, is nog niet helemaal duidelijk. Er wordt veel onderzoek naar gedaan. Misschien is het erfelijk. Dat betekent dat iets van de ouders op de kinderen overgaat. 


Met behulp van een EEG bekijkt de arts de activiteiten van de hersenen. Zo wordt duidelijk of iemand epilepsie heeft.

Medicijnen

Epilepsie gaat nooit meer over. Er zijn nog geen medicijnen die epilepsie helemaal voorkomen of genezen. Epilepsie-patiënten slikken wel dagelijks pillen om de aanvallen te laten verminderen. Soms stoppen de aanvallen er zelfs helemaal door. Maar dat kan ook tijdelijk zijn. De medicijnen tegen epilepsie hebben bijwerkingen. Je kunt last krijgen van jeuk en misselijkheid. Je kunt langzamer worden en evenwichtsstoornissen krijgen. Ook is het lastig als je opeens geheugenstoornissen krijgt. Je vergeet dan dingen. Wie epilepsie heeft, moet daar rekening mee houden en gevaarlijke situaties uit de weg gaan. Fietsen kan in rustige straten. Maar zelf autorijden kan niet. Sommige mensen hebben daardoor minder zelfvertrouwen. Ze schamen zich, en ze balen dat ze veel dingen niet kunnen of mogen. Maar ze moeten ermee leren leven, en het accepteren. Er zit niks anders op. 
Epilepsie heeft niets met intelligentie te maken. Ook niet met karakter. Soms worden epilepsie-patiënten gepest. Of nog erger: gediscrimineerd. Ze mogen dan bijvoorbeeld niet bij een sportclub omdat de club denkt dat ze dan niet meer kunnen winnen.


Heel vroeger werd epilepsie de St. Jansziekte genoemd, naar de beschermheilige Sint Jan.

Hulp bieden

Het kan er best eng uitzien als iemand een epileptische aanval heeft. Hij of zij kan heen en weer schudden, en heeft soms schuim op de mond. Maar loop niet weg, want je kunt helpen!

Doen:
- Haal dingen weg waaraan het slachtoffer zich kan bezeren.
- Bescherm het hoofd door er een kussen of jas onder te leggen.
- Maak strakke kleding los. Draagt het slachtoffer een bril? Neem die af.
- Houd het slachtoffer weg van water of een drukke straat.  
- Bel 112 als de aanval langer dan vijf minuten duurt of bij meerdere aanvallen.
- Leg het slachtoffer na de aanval op zijn zij.
- Blijf erbij en stel het slachtoffer gerust.

Niet doen:
- Water of medicijnen geven.
- Iets tussen de tanden stoppen.
- Schokkende bewegingen proberen tegen te houden.
- Iemand vervoeren tijdens een aanval.

Als je zelf rustig blijft en weet wat je wel en niet moet doen, kun je iemand tijdens een epileptische aanval heel goed helpen.

Dit is een samenvatting van Informatieboekje 16 Epilepsie.


Details en informatie

  • Titel: Epilepsie
  • Auteur(s): Jan-Willem Driessen
  • Nummer: 16
  • Niveau: 4
  • Siso: 606.1