Noordhoff Uitgevers

Forten rond Amsterdam

Forten rond Amsterdam. De vijand tegenhouden met water. Dat kon in Nederland en het was uniek in de wereld. In de 19e eeuw (1800-1900) had Nederland besloten om geen oorlogen meer te voeren. Het land moest wel verdedigd kunnen worden. Daarom bedacht men de Vestingwet. Daarin stond dat niet héél het land verdedigd zou worden als een vijand het land binnenviel, maar alleen het westen waar de belangrijkste steden lagen. In een grote kring rond de steden kwamen linies met vestingen en gebieden die men onder water kon zetten, zodat de vijand er niet door kon. Als het de vijand toch zou lukken om er doorheen te breken, kon de bevolking vluchten naar het laatste toevluchtsoord: de Stelling van Amsterdam
Het kostte jaren om dit verdedigingssysteem te bouwen. En voordat het helemaal klaar was, bleek de manier van oorlog voeren veranderd. Want de forten waren niet bestand tegen zware kanonnen en vliegtuigen.  


Weesp was een stad met een vesting. Zij behoorde vanaf 1892 tot de Stelling van Amsterdam. In de stad stond het Fort aan de Ossenmarkt. Het werd in 1861 gebouwd. Het fort verdedigde de rivier de Vecht en de spoorweg Amsterdam-Hilversum.

Water als verdediging

In Nederland liggen veel dijken, sluizen en dammen om het water tegen te houden. Maar het water kan ook de vijand tegenhouden. Door sluizen open te zetten  en dijken door te steken kon men een groot gebied inunderen. Voor paarden en soldaten was het moeilijk om door de modder te lopen. Bovendien was de laag water maar 40 centimeter. Dat is niet diep genoeg om overheen te varen.
Rond Amsterdam liggen veel polders die men onder water kon zetten. Tot op vijftien kilometer afstand van de hoofdstad kon land onder water worden gezet. Er was ontzettend veel water nodig voor zo’n groot gebied. Maar dat was geen probleem. Er was water genoeg. Via kanalen, zoals het Noordzeekanaal kon men het water binnen laten lopen.
De Stelling van Amsterdam is tussen 1881 en 1920 gebouwd en heeft meer dan veertig forten. Die forten moesten een acces verdedigen, bijvoorbeeld een spoorweg of een sluis. Soms was er nog een extra versterking nodig om een acces te verdedigen. Dan kwam er naast het fort een batterij te liggen. Een fort lag grotendeels onder de grond en was bedekt met gras. Dus voor de vijand was het nauwelijks te zien. 
Toch kon het water ons land niet verdedigen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Duitsland viel Nederland binnen en voor het eerst werd een deel van de Stelling van Amsterdam onder water gezet. Maar dit hielp niet, want Duitse parachutisten landden achter de linie. Ook kon het water het bombardement van Rotterdam niet tegenhouden. De Duitsers zetten zelfs grote delen van het westen onder water om de bevrijders van Nederland tegen te houden. 


Plattegrond van een fort. Vroeger was er in een fort geen gang tussen het hoofdgebouw en de twee koepels met kanonnen. Omdat het gevaarlijk was voor de soldaten om onbeschut naar de koepels te rennen, is er bij de nieuwe forten een bomvrije gang gebouwd.

De forten nu

Vanaf 1951 hadden de forten geen militaire functie meer. Ze bleven nog wel eigendom van de regering. Nu zijn veel forten verkocht en worden ze gebruikt als café of hotel. Sommige forten kun je bezoeken om te zien hoe het vroeger was, zoals het fort van Pampus.
Vanaf 1996 staat de Stelling van Amsterdam op de werelderfgoedlijst. Dat is een lijst waar belangrijke gebouwen uit de hele wereld op staan. De Stelling staat op de lijst omdat ze nog bijna helemaal intact is en omdat het gebruik van water tegen een vijand uniek is in de wereld. Bovendien is het landschap bijzonder geworden door de aanwezigheid van de stelling.

Dit is een samenvatting van het Informatie-boekje 402 Forten rond Amsterdam.

Details en informatie

  • Titel: Forten rond Amsterdam
  • Auteur(s): Suzanne Neutkens
  • Nummer: 402
  • Niveau: 3
  • Siso: J 399.63