Noordhoff Uitgevers

Fruit

In Nederland groeit veel fruit. Je kunt al dat fruit verdelen in drie soorten: pitfruit, steenfruit en zachtfruit. Appels en peren worden pitfruit genoemd. Als je ze doorsnijdt, zie je de zaadjes zitten. Die zien eruit als bruine pitjes. Fruit met één keiharde pit noemen we steenfruit. Voorbeelden van steenfruit zijn perziken en kersen. Zachtfruit zijn kleine vruchten met heel veel kleine pitjes. De buitenkant is zacht. Aardbeien, bessen, bramen en frambozen zijn zachtfruit. In Nederland kun je ook sinaasappels, bananen, ananassen en meloenen kopen. Die komen uit verre, warme landen. Daarom noem je ze exotisch fruit. Fruit is gezond. Er zitten vitaminen en mineralen in.

In de zomer is er veel zachtfruit te koop.

Van bloesem tot vrucht

Fruit wordt op fruitbedrijven geteeld. Een fruitbedrijf is een boerderij met een boomgaard eromheen. Meestal groeien er meerdere fruitsoorten. Bijvoorbeeld appels én peren. Als de perenoogst mislukt, zijn er tenminste nog appels. Er is altijd veel werk te doen op een fruitbedrijf. In de winter snoeit de teler de bomen. Door de takken weg te knippen, krijgt de boom het volgende jaar meer bloemen. In april en mei zet hij bijenkasten in de boomgaard. Dan bloeien de fruitbomen en komen de bijen van de nectar drinken. Dat is het zoete sap in de bloemen. De bij krijgt tijdens het drinken wat stuifmeel aan zijn lijf. Dit gele poeder uit de bloem brengt hij zo naar de volgende bloesem. Daardoor groeien er vruchten uit de bloesem.

Als het fruit rijp is, wordt het geoogst. Dat is seizoensarbeid, omdat het maar een paar weken duurt. Appels en peren kunnen in augustus, september en oktober worden geplukt. Zachtfruit groeit niet aan bomen, maar aan struiken. Het moet voorzichtig geplukt worden, anders gaat het stuk. Tijdens het oogsten worden alleen de mooie vruchten geplukt. Zieke of misvormde vruchten worden weggegooid. Appels en peren kun je in een koelcel lang bewaren. Het meeste zachtfruit gaat direct naar de winkel. Dat moet ook, want het bederft snel.

Het plukken van pitfruit gebeurt meestal met de hand. Er zijn dan veel extra mensen op het fruitbedrijf nodig.

Veel fruit uit Nederland wordt verkocht aan andere landen. Dat heet export. Het meeste fruit wordt geëxporteerd naar Duitsland, Frankrijk, Engeland, Rusland en Zweden. Het wordt meestal in vrachtwagens vervoerd. De laadruimte van die vrachtauto's kan worden gekoeld. Daardoor blijft het fruit goed. Fruit komt ook uit andere landen naar Nederland toe. Dat heet import. Fruit uit Europese landen komt meestal met een vrachtauto naar Nederland. Fruit van verder weg komt meestal per schip. En soms, als het niet zo lang onderweg kan zijn, per vliegtuig. Daardoor zijn alle fruitsoorten het hele jaar door te koop. Dat heet een jaarrond aanbod.

Details en informatie

  • Titel: Fruit
  • Auteur(s): L. van Duin / J. Veltkamp
  • Nummer: JC171
  • Niveau: 1
  • Siso: J 637.3