Noordhoff Uitgevers

Games

Computerspelletjes of games zijn er in allerlei soorten. Ooit was dat anders. Toen bestonden er geen games. De allereerste game kwam in 1975 op de markt: Pong. Het was een soort tafeltennisspel dat je via een apparaat op het televisiescherm kon spelen. Een paar jaar later kon je voor het eerst consoles kopen. Je kocht er losse games bij. Met één apparaat kon je nu meerdere games spelen. Daardoor werden de games steeds populairder. Vervolgens kwamen de eerste handhelds uit, zoals de Game Boy. Je kon nu overal spelen. Sinds die tijd zijn er veel ontwikkelingen geweest. Een belangrijke ontwikkeling was online gaming. Je speelt dan op internet tegen andere spelers. Een andere was motion control (zeg: moosjun kontrol). Bij motion-controlspellen bestuur je het spel met lichaamsbewegingen. Bijvoorbeeld bij Wii Fit sta je op een speciale plank. Door erop te bewegen speel je het spel.

Als je te lang achter de computer gezeten hebt, kun je een motion-controlspel spelen. Je gebruikt dan je hele lichaam om het spel te besturen.

Leren van games

Om een game te kunnen spelen heb je een apparaat nodig, een console. Daarbij hoort een controller, waarmee je het spel bestuurt. Als je buiten of op het schoolplein games wil spelen, heb je natuurlijk niets aan een pc. Daarom zijn de kleine handhelds ontwikkeld. Ze hebben ingebouwde schermpjes, en knoppen om het spel te besturen. Ook op de mobiele telefoon kun je steeds meer spelletjes spelen. Je kunt dus altijd en overal gamen.
Sommige mensen vinden gamen tijdverspilling, omdat ze denken dat je er niets van kunt leren. Maar je kunt er juist veel van leren. Omdat je vaak problemen moet oplossen, leer je probleemoplossend denken. Ook leer je snel reageren op de dingen die je ziet gebeuren. Daardoor gaat je reactievermogen vooruit. Bij sommige spellen leer je samenwerken, omdat je ze met twee of meer mensen moet spelen. Veel games zijn in het Engels. Daardoor zal je Engels met sprongen vooruitgaan.
Steeds meer mensen begrijpen dat je van games iets kunt leren. Zo zijn er voor kinderen spelletjes om te leren lezen of rekenen.
Op sommige opleidingen worden simulaties gebruikt. Bijvoorbeeld bij de opleiding tot piloot. De leerling-piloot zit dan in een nepvliegtuig. De ramen zijn de schermen en het lijkt net alsof je door de lucht vliegt. De leerling oefent hoe hij het vliegtuig netjes in de lucht moet houden. Als hij neerstort, is dat niet erg. Het is toch niet echt.

Ook bij autorijlessen wordt soms gebruikgemaakt van simulaties.

Gevaar

Gamen heeft veel voordelen. Maar er zijn ook nadelen. Je kunt er verslaafd aan raken. Je speelt dan lang achter elkaar en kunt maar moeilijk stoppen. Je ziet je vrienden niet meer en slaapt te weinig. Veel ouders hebben daarom regels. Zo willen ze voorkomen dat hun kinderen verslaafd raken.
Lang achter elkaar gamen is ook niet goed voor je lichaam. Je kunt er rugpijn van krijgen of RSI. Er zijn ook mensen die denken dat je agressief wordt van spelletjes met veel geweld. Er is onderzocht of dat echt zo is, maar het is nooit bewezen. Toch vinden veel politici dat spelletjes met geweld niet goed zijn voor jonge kinderen. Ook spelletjes met enge beelden of waarin seks voorkomt, vinden ze niet geschikt. Daarom staat op ieder spel de PEGI-codering. Hierdoor kun je zien of het spel geschikt is voor jouw leeftijd en bijvoorbeeld of er geweld in voorkomt.

Details en informatie

  • Titel: Games
  • Auteur(s): Tias Schoonderwoerd
  • Nummer: IC305
  • Niveau: 3
  • Siso: J 621.8