Noordhoff Uitgevers

Geld

Heel vroeger ruilden mensen dingen met elkaar. Dat heet ruilhandel. Een vis voor een brood. Maar wat als die vis bederft? Dan heb je niets meer om te ruilen. En een timmerman die een tafel maakt? Een tafel neem je niet zo gemakkelijk mee. Daarom gingen mensen op zoek naar iets wat makkelijk mee kon, wat niet kon bederven en wat iedereen wilde hebben. Zilver en goud dus! Dat werd gewogen. Later maakten mensen munten van het zilver en het goud. En nog weer later kwam er op een munt een getal te staan. Dan kon je gelijk zien hoeveel de munt waard was.











Met geld kun je leuke dingen betalen.

Plastic geld

Tegenwoordig betalen we vaak met 'plastic geld'. Denk maar eens aan een bankpas. De pas zelf is geen geld waard. Het is een bewijs dat je geld op een bank hebt staan. Met de pas kun je in winkels betalen. Je moet dan je pincode invoeren. Dat is een geheim getal van vier cijfers. Met je bankpas kun je ook geld uit een geld-automaat halen. Aan de voorkant zie je een beeldscherm met wat toetsen. De achterkant kun je niet zien. Daar staan een computer en een paar grote bakken met geld. De computer controleert je pincode en kijkt of er nog geld op je bank-rekening staat. Als alles klopt, telt de automaat het geld en schuift het naar buiten.










Op de Nederlandse euromunten staat koningin Beatrix.

Tot 2002 had elk land in Europa zijn eigen muntsoort. In Nederland betaalden we met de gulden. Vanaf 2002 gebruiken we de euro. De euromunten zijn aan één kant allemaal hetzelfde: een afbeelding van Europa. Elk euroland heeft voor de andere kant zelf een afbeelding bedacht. De euro bank-biljetten zien er wel helemaal precies hetzelfde uit. Dat is het papieren geld. In andere Europese landen en landen buiten Europa bestaan andere muntsoorten. In Amerika betaal je met dollars, in Groot-Brittannië met ponden en in Marokko met dirhams. Als je op vakantie gaat naar Marokko, kun je dus niet met euro's betalen. Je moet euro's wisselen voor dirhams.

Als je je zakgeld wilt bewaren, kun je het in je spaarpot doen. Maar het is veiliger om het naar een bank te brengen. Je zet het geld dan op je bank-rekening. Als je geld op de bank hebt staan, dan krijg je daar rente over. Dat is de beloning van de bank omdat je je geld naar hen toe hebt gebracht. Je krijgt er dus steeds een beetje geld bij. Je kunt bij een bank ook geld lenen. Je vraagt dan geld aan de bank. Mensen lenen geld om bijvoorbeeld een auto of een huis te kopen. Dat geld moet je wel weer terugbetalen. En je betaalt er rente over. Je betaalt de bank dus meer geld terug, dan je leende. Geld lenen kost dus geld.

Details en informatie

  • Titel: Geld
  • Auteur(s): Lonneke Snijder
  • Nummer: JC253
  • Niveau: 2
  • Siso: J 345.1