Noordhoff Uitgevers

Geschiedenis van het schrift

Mensen begonnen ooit met schrijven en lezen omdat ze elkaar dingen wilden vertellen. Ze wilden een boodschap overbrengen. De oudst bekende boodschappen die we nu nog kennen, zijn grotschilderingen. In grotten in het Spaanse Altamira en in het Franse Lascaux vond men tekeningen. Deze tekeningen zijn een voorloper van het echte schrift. Want iets is pas een schrift als er een soort systeem in zit. Als telkens dezelfde tekens gebruikt worden voor een bepaald woord of een bepaalde klank. Er zijn verschillende soorten schrift. Een ervan is het beeldschrift. Het Chinees is een bekend beeldschrift. Ons schrift is het letterschrift. Daarbij krijgt elke losse klank een apart schriftteken: een letter. Ons alfabet is er een voorbeeld van.


Links de oude en daarnaast de moderne Chinese tekens.

Alfabet

De geschiedenis van ons alfabet begint bij de Feniciërs. Dat volk leefde rond de Middellandse Zee. Zij hadden rond het jaar 1000 een schrift van 22 letters en dat was het eerste alfabet. De letters leken nog op tekeningetjes van dieren, lichaamsdelen en alledaagse voorwerpen. Daaruit ontwikkelde zich ons Latijnse schrift. Dat is genoemd naar de taal van de Romeinen, het Latijn. Niet overal wordt het Latijnse schrift gebruikt. Denk maar aan Griekenland of Rusland. Wij kunnen hun schrift niet lezen. 
In de loop van de jaren zijn veel verschillende schrijfmaterialen gebruikt. De Soemeriërs schreven in natte klei. De Egyptenaren schreven op geplette rietstengels. In de Middeleeuwen schreef men veel op perkament. Dat werd gemaakt van heel dun geschaafde dierenhuiden. In de achtste eeuw leerden we in Europa hoe we papier moesten maken van textiel. De Chinezen konden dat toen al heel lang. Papier verdrong het perkament. Mensen schreven met ganzenveren, krijtjes, vulpennen en balpennen. Nu schrijven we vooral met behulp van het toetsenbord van de computer. 

Bijzonder schrift

Naast ons gewone alfabet zijn er nog andere tekens waarmee we taal weer kunnen geven. Braille bijvoorbeeld. Dat is een schrift voor blinden en slechtzienden. Het bestaat uit puntjes die in het papier gedrukt zijn. Blinden ‘lezen’ de puntjes door ze met hun vingertoppen te voelen. 
Ook morse is een schrift. Het wordt nog steeds gebruikt. Het zijn tekens die overgeseind worden met een speciale radio. Lange en korte stroomstoten (strepen en punten) vormen de letters. Degene die via de radio de morseboodschappen binnenkreeg, wist altijd als eerste alle nieuwtjes. Hij zette de tekens om in letters en schreef de boodschap op zodat die ook voor andere mensen te begrijpen was.
De streepjescode op allerlei artikelen in winkels en supermarkten is ook een soort schrift. Alleen kunnen mensen het niet lezen. De computer vertaalt de strepen en zet ze om in informatie over het product. Bijvoorbeeld waar iets vandaan komt. 


Door handgebaren kunnen dove en slechthorende mensen met elkaar praten. Dit is het handalfabet.

Dit is een samenvatting van Informatieboekje 28 Geschiedenis van het schrift.


Details en informatie

  • Titel: Geschiedenis van het schrift
  • Auteur(s): Jeanet Schuurman
  • Nummer: 28
  • Niveau: 4
  • Siso: 902.3