Noordhoff Uitgevers

Graan

Brood, spaghetti, muesli, popcorn en ook bier worden allemaal van graan gemaakt. Voor bijna alle mensen op de wereld behoren granen tot het dagelijks voedsel. Graan is een verzamelnaam voor grassen met eetbare zaden. Alle granen zijn grassen, maar niet alle grassen zijn granen. Het gras waarop je voetbalt, heeft bijvoorbeeld geen eetbare zaden. Dat is geen graan.
Ongeveer 6000 jaar voor Christus ontdekten mensen al wat je kon doen met graan. Perzische en Turkse kooplieden brachten graankorrels naar Zuid-Europa. Van daaruit werden ze verder verspreid. In onze streken kreeg men al gauw in de gaten hoe je zo veel mogelijk graan kon laten groeien. Hoe groter de korrels die gezaaid worden, hoe groter de oogst. Nog steeds zijn onderzoekers bezig de kwaliteit van granen te verbeteren. Dat noem je veredelen.

Graan is een verzamelnaam voor grassen met eetbare zaadkorrels.

Van korrel tot maaltijd

Graan bestaat in vele soorten. In Nederland is tarwe de belangrijkste soort. Dit gewas groeit goed op de vruchtbare kleigrond. Andere soorten zijn rogge, haver, gerst, gierst en mais. Van rogge wordt roggebrood gemaakt, maar de meeste rogge wordt verwerkt tot veevoer. Dat geldt ook voor mais. De mais wordt geoogst voordat ze rijp is. Een grote machine snijdt de plant af en hakt hem in stukken. Dit heet hakselen. De gehakselde mais verdwijnt een tijd in een kuil onder plastic. In de winter eten de koeien van dit 'kuilvoer'.

Rijst is de enige graansoort die niet in Nederland groeit. Rijst heeft warmte nodig. Rijst wordt daarom meestal verbouwd in tropische landen, zoals Indonesië, Thailand en Suriname. Om rijst te laten groeien, is veel water nodig. Anders gaan de rijstplanten dood. Jonge rijstplantjes staan dan helemaal in het water. Dat noem je natte rijstbouw.
Je hebt ook droge rijstbouw. Dat komt voor in minder warme landen als Spanje en Frankrijk. Omdat het daar iets koeler is, hoeven de jonge plantjes niet in water te groeien.

In Indonesië planten de mensen rijst op terrassen langs de berghellingen. Geld voor machines hebben ze niet. Ze doen alles met de hand.

Hoe groeien granen? De korrels worden geplant in goed omgeploegde aarde. Een rijenzaaimachine achter een tractor strooit de zaden in rechte rijen. Daarna strooit de kunstmeststrooier er mest overheen. In mest zit extra voeding voor de bodem. Na enkele weken komen de plantjes uit. Ze worden dan met een bestrijdingsmiddel bespoten. Dat doodt onkruid en schadelijke beestjes.
Aan het eind van de zomer is het graan rijp voor de oogst. Enorme machines bewegen zich dan als monsters over de akkers. In Nederland gebruiken boeren meestal een maaidorser. Dat is een machine die tegelijk kan maaien en dorsen. Bij het dorsen worden de graankorrels uit de aren geslagen. In de aren zitten de graankorrels. De korrels vallen naar beneden in de machine. Wat overblijft, de stengels of halmen, wordt weggeblazen. Speciale tankwagens brengen het graan naar de graanhandelaar. Deze slaat de oogst zolang op in een bulksilo, tot hij het kan verkopen. Hij verkoopt het bijvoorbeeld aan een meelfabriek. De meelfabriek maakt er meel van. En van dat meel maakt de bakker weer brood.

In arme landen gaat het zaaien en oogsten heel anders. Daar hebben de mensen geen geld voor machines. Ze doen alles met de hand. Weken staan ze met hun voeten in het water gebogen om de rijst te planten. En als de planten groot genoeg zijn, zijn ze weer met de hand bezig met maaien en dorsen. Bestrijdingsmiddelen zijn meestal te duur. Als de oogst door beestjes wordt opgegeten, dan hebben de boeren een heel jaar honger.

Details en informatie

  • Titel: Graan
  • Auteur(s): Jan-Willem Driessen
  • Nummer: ic032
  • Niveau: 3
  • Siso: J 632.4