Noordhoff Uitgevers

Graffiti

Kunstwerken op muren, treinen en schuttingen. Je kent ze wel. Deze straatkunst wordt gemaakt door schrijvers. Graffiti is vaak verboden kunst, want je mag niet zomaar verf spuiten op andermans eigendom. Maar een echte graffiti-schrijver trekt zich daar niets van aan. Hij vindt zijn werk belangrijk genoeg om door iedereen gezien te worden. Daarom werkt hij stiekem in het donker. Je kunt dan niet veel zien en moet op je gevoel werken. Daarom maakt de graffiti-kunstenaar meestal van te voren een ontwerp.
Graffiti spuiten is vandalisme. En sommige mensen vinden het geen echte kunst. Toch hangt er ook wel graffiti in musea. Een galerie-houder uit Amsterdam vroeg beroemde graffiti-artiesten uit New York of ze hun werk op schildersdoek wilden maken voor een tentoonstelling. Hun schilderijen hangen nu in onder andere het Groninger Museum.


Keith Haring, een beroemde graffiti-schrijver uit Amerika, verdiende veel geld met zijn schilderijen, en ook met puzzels en telefoonhoesjes waar zijn werk op stond. Toch zei hij altijd: ‘De metrostations zijn mijn galerie, en daar is mijn publiek’.

Hoe het begon

Wanneer iemand voor het eerst iets in een muur kraste, is niet bekend. Maar we weten wel dat in de prehistorie holbewoners tekeningen maakten op de wanden van hun grotten. Ook de Romeinen krasten letters in de muur. Moderne graffiti begon rond 1970 in de Amerikaanse steden. Het komt voort uit de hiphopcultuur. Jongeren hadden in die tijd altijd een viltstift bij zich. Daarmee schreven ze snel hun tag op treinen en trams, zodat iedereen kon zien dat ze daar geweest waren. Andere schrijvers gingen pieces maken. Dat gebeurde meestal op muren.
Ook Nederlandse jongeren gingen de Amerikaanse kunstenaars nadoen. Gaandeweg kregen de graffiti-artiesten een eigen stijl, die verschilde per stad. Graffiti is de kunst van de straat dus je komt het overal tegen, of je het nou leuk vindt of niet. Het verwijderen van graffiti kan heel duur zijn. Daarom wordt graffiti gezien als vandalisme. Het is in de meeste steden verboden. Soms wijst een gemeente één plek aan waar graffiti wel mag. Als je betrapt wordt op een andere plek, kan je een flinke straf krijgen. Maar soms wordt een graffiti-kunstenaar betaald om ergens een piece te maken. Bijvoorbeeld op rolluiken van een winkel. Of op de muur van een jongerencentrum.
Soms maken graffiti-kunstenaars pieces voor musea, maar er zijn mensen die zeggen dat graffiti niet in een museum thuishoort. Een piece moet spontaan ontstaan op straat. Er zijn kunstenaars die in twee werelden leven, zoals de Fransman Blek le Rat. Hij heeft succes in musea, maar werkt ook nog steeds op straat.

Regels

In de wereld van de graffiti zijn regels waar schrijvers zich aan moeten houden. Je mag bijvoorbeeld niet over het werk van iemand anders heen spuiten. En word je als groep betrapt bij het maken van graffiti, dan moet je met z’n allen de straf ondergaan. Als iemand zich niet aan de regels houdt, mag hij misschien niet meer meedoen. Of er wordt steeds over zijn werk heen gespoten.


Het gereedschap van een schrijver: dikke stiften en spuitbussen met dopjes met grote of kleine spuitgaatjes, voor dikke of dunne lijnen. De tas moet snel dicht te maken zijn, voor als je betrapt wordt.

Als jij graffiti zou willen maken, maar het niet doet omdat het verboden is, kun je op een andere manier te werk gaan. Dat is de reverse graffiti. Je houdt een uitgeknipte vorm tegen een muur. Dan spuit je de oude verflaag van de muur. Het grappige is: deze manier van graffiti is niet verboden, want je maakt juist schoon.

Dit is een samenvatting van het Informatie-boekje 406 Graffiti.

Details en informatie

  • Titel: Graffiti
  • Auteur(s): Leuntje Aernoutse
  • Nummer: 406
  • Niveau: 4
  • Siso: J 739.9