Noordhoff Uitgevers

Griekse mythologie

Houd je van spannende verhalen? Dan zijn mythen misschien iets voor jou. Mythen zijn verhalen over goden en helden en over verschijnselen waar mensen geen verklaring voor konden vinden. Ze gaan bijvoorbeeld over het ontstaan van de aarde, natuurverschijnselen en rampen, over leven en dood en over gevoelens als liefde, haat, jaloezie en wraak. Maar mythen vertellen ook over oorlog, heldendaden en gevechten met monsters en andere wezens. De verhalen zitten vol spannende avonturen, raadsels en wonderen. Daarom zijn ze nu ook nog boeiend om te lezen. Duizenden jaren geleden vertelden mensen elkaar deze verhalen om de wereld om hen heen te begrijpen. Later schreven dichters en schrijvers veel verhalen op. De meeste Griekse mythen zijn opgeschreven tussen 800 en 200 voor Christus. In boeken, taal, schilderijen, beelden en theater kom je de figuren en namen uit de Griekse mythologie nog overal tegen.

Thor was de Noorse god van de donder en de bliksem.

Goden en helden

'Mythe' is een Grieks woord. Letterlijk betekent het 'gesproken woord'. De oude Grieken, mensen die duizenden jaren geleden in Griekenland leefden, waren dol op dit soort verhalen. Want ze geloofden niet in één god, zoals christenen of moslims, maar in een heleboel goden tegelijk. Overal ter wereld waar mensen woonden, werden mythen verteld. De Griekse mythen zijn erg bekend, maar er bestaan bijvoorbeeld ook Noorse, Japanse, Afrikaanse en Australische mythen.
Net als sprookjes of sommige godsdienstige verhalen, hebben veel mythen een moraal. Je kunt er een les uit leren, bijvoorbeeld dat je naar je ouders moet luisteren of niet hebberig moet zijn. Bij andere mythen gaat het om de spannende avonturen van helden die monsters verslaan. Het monster staat dan symbool voor een probleem of een gevoel. De mythe ging eigenlijk niet over de held die het monster doodt, maar over mensen die een tegenslag de baas kunnen worden.

Zeus was de oppergod van de Griekse goden.

In de Griekse mythen komen veel goden en godinnen voor. Goden kregen veel kinderen, met een godin of met gewone vrouwen. Een kind van een god en een godin werd zelf ook een god of godin. Kinderen van een god en een mens waren halfgoden en -godinnen. De meesten van hen waren net als mensen sterfelijk, maar hadden vaak wel bijzondere krachten.
Behalve belangrijke (half)goden en godinnen, waren er ook nog die van een lagere rang waren. Sommigen deden goede dingen, anderen kon je beter niet tegenkomen. Furiën bijvoorbeeld, waren woedende, afschuwelijke wraakgodinnen. Furiën herken je nog in het woord 'furieus.' Als je furieus bent, ben je woedend. Nimfen waren lieflijke natuurgodinnen die leefden in het bos, het water of de bergen. Ze hadden een vrolijk leven en dienden goden die het beste voor hadden met de natuur. Ook muzen waren van het goede soort. De negen muzen waren de beschermgodinnen van de kunst, zoals zang en dichtkunst. De woorden museum en muziek herinneren aan deze beschermgodinnen.
Er waren ook helden. Een held die veel avonturen beleefde, was Odysseus. Waarschijnlijk schreef de Griekse dichter Homerus zijn avonturen duizenden jaren geleden op. Hij deed dat in twee boeken: de Ilias en de Odyssee. De Ilias gaat over de Trojaanse oorlog, de Odyssee over de omzwervingen van Odysseus na de oorlog. De verhalen van Homerus raakten in West-Europa bekend in de renaissance (1300-1600), toen alles wat met de oude Grieken te maken had, weer heel populair werd.

Details en informatie

  • Titel: Griekse mythologie
  • Auteur(s): Annemarie van den Brink
  • Nummer: IC247
  • Niveau: 4
  • Siso: J 203.1