Noordhoff Uitgevers

Haren

Haren heb je niet zomaar. Ze houden je hoofd lekker warm. Ze beschermen het hoofd ook tegen de brandende zon. En als je je hoofd stoot, doet dat minder pijn als je een dikke bos haar hebt. Vroeger waren mensen helemaal behaard. De Neanderthalers die honderdduizend jaar geleden leefden, waren van hoofd tot voeten bedekt met lange dikke haren. Ze hadden dus geen kleren nodig. De haren waren lekker warm. Neanderthalers jaagden op dieren om vlees te kunnen eten. Door de haren op hun lijf raakten ze minder snel gewond. Hun haren vormden een bescherming tegen scherpe planten en puntige hoorns van dieren. De dieren waarop de Neanderthalers jaagden, zagen de jagers door al dat haar niet zo snel aankomen. Andere dieren waren immers net zo behaard.

De haren van een Neanderthaler vormden een bescherming tegen scherpe planten en puntige hoorns van dieren.

Haren

Haar is dus nuttig. Maar veel mensen zijn zich daar niet van bewust. Ze letten alleen op of hun haar goed zit of niet. En het is eigenlijk nooit goed. Blonde mensen willen liever rood haar, roodharigen met krullen willen liever stijl en donker haar. Veel mensen verven hun haar. Omdat het grijs wordt, bijvoorbeeld. Andere mensen laten zich door de kapper permanenten. De kapper maakt dan krullen in hun haar die heel lang blijven zitten. En donkere mensen met kroeshaar laten het wel eens strijken. Dan gaan al die kleine krulletjes uit het haar. Zo is iedereen druk bezig met zijn of haar haar. De kapper vindt dat wel fijn. Hij verdient zijn geld aan al die ijdele mensen.

Kappersattributen, schaar, schort, stoel, tondeuse, lak, droogkap, kam.

Eigenlijk is al het haar op je hoofd dood. Haar groeit namelijk van binnenuit je hoofd. Een haar begint te groeien in een haarzakje. In dat zakje zit de haarwortel. Het is het enige deel van een haar dat levend is. Bij de haarwortel zitten ook talgklieren. Uit deze klieren komt talg. Dat is een soort vet. Het zorgt ervoor dat je haar en je huid lekker soepel blijven. Een haar die door je huid naar buiten groeit, bestaat uit dode cellen. Dat zijn de allerkleinste deeltjes waaruit mensen, dieren en planten bestaan. Omdat je haar dood is, voel je het niet als het wordt afgeknipt. Als je aan haar trekt, voel je het wel. Want aan elk haarzakje zit een zenuw.

Haar, dwarsdoorsnede haar, schematische tekening haar met zakje en wortel.

Aan haar kun je heel veel zien. Of mensen gezond zijn bijvoorbeeld. Als je gezond eet, ziet je haar er glanzend uit. Als je ziek bent, of als je slecht eet, wordt je haar dof. En mensen die lang slecht, weinig of helemaal niet eten, krijgen soms witte plekken in hun haar. Mensen in gebieden waar hongersnood heerst, hebben dat vaak. Hun haar groeit dan heel langzaam en het krijgt bijna geen kleur. Bij gezonde mensen groeit het haar ongeveer een centimeter per maand. Gemiddeld hebben mensen honderdduizend haren op hun hoofd. Blonde mensen hebben de meeste haren: honderdvijftigduizend. Roodharige mensen hebben de minste haren: tachtigduizend. Mensen met donker haar zitten er tussenin: ruim honderdduizend.

Haarkleuren, rood, blond, zwart, in een extreme kleur geverfd.

Details en informatie

  • Titel: Haren
  • Auteur(s): Marja Baeten
  • Nummer: jc046
  • Niveau: 1
  • Siso: J 599.6