Noordhoff Uitgevers

Heksen

Lees je graag lekker enge griezelboeken? Over vampiers, monsters en heksen? En zou je zelf op de heksenschool van Harry Potter willen zitten? Iedereen weet dat heksen alleen bestaan in boeken, films en sprookjes. Vijfhonderd jaar geleden was dat heel anders. In die tijd was er geen elektriciteit. Er heersten vaak dodelijke besmettelijke ziektes en er waren geen dokters. De huizen en de oogsten op het land werden regelmatig verwoest door rondtrekkende bendes. De mensen hadden vaak honger. En ze waren snel bang. Dat was niet zo gek: de wereld om hen heen zat vol gevaar. Bovendien waren ze ook nog erg bijgelovig. Daarom dachten de mensen dat er echt heksen bestonden. Heksen die vreselijke dingen deden. Die mensen ziek maakten, oogsten lieten mislukken, 's nachts met de duivel dansten en zelfs kleine kinderen aten!

Op de brandstapel

Het kwam vroeger regelmatig voor dat mensen beschuldigd werden van hekserij. Vaak was dat omdat men een zondebok zocht. Bijvoorbeeld als er meerdere kinderen in een dorp tegelijk ziek waren geworden. Dan kreeg een dorpsbewoner die toch al wat apart was de schuld. Of de kruidenvrouw die altijd drankjes voor zieken maakte, werd voor heks uitgemaakt. De straf voor hekserij was streng. Tussen 1200 en 1800 zijn ongeveer 40 duizend mensen gedood op de brandstapel. De meesten van hen waren vrouwen.
Die heksenvervolgingen vonden plaats in heel Europa. Er waren verschillende heksenproeven om te bewijzen dat iemand een heks was. Bij de speldenproef werd het slachtoffer geprikt met een naald. Als zij niets voelde, was zij een heks. In die tijd hadden de mensen vaak littekens van wonden die slecht genezen waren. Littekens zijn dikwijls ongevoelig, dus was je al gauw een heks.

De bekendste heksenproef gebeurde in de heksenwaag. Daar controleerde de waagmeester of iemand een heks was door hem of haar te wegen.

De verhalen over heksen werden steeds erger. Ook de paus, de baas van de katholieke kerk, geloofde ze. Hij gaf de rechters van zijn speciale rechtbank, de Inquisitie, opdracht om elk geval van hekserij te onderzoeken. Soms merkten de rechters dat de beschuldigingen verzinsels waren. Maar vaker lieten zij mensen die beschuldigd waren, martelen. Martelen was in die tijd heel gewoon. Wie gemarteld wordt, vertelt bijna alles, alleen maar om de pijn te laten ophouden.
Nederland was één van de eerste landen waar de mensen niet meer in hekserij geloofden. Balthasar Bekker, een dominee, schreef rond 1690 drie dikke boeken. Daarin bewees hij dat hekserij niet kon bestaan. Toch duurde het nog lang voor de heksenvervolgingen overal stopten. In 1782 werd in Zwitserland nog iemand op de brandstapel gezet.

Tegenwoordig wordt er weer vaak over heksen geschreven. Er zijn vrouwen en ook mannen die zich heks noemen. Ze doen geen slechte dingen, niets om bang voor te zijn. Moderne heksen voelen zich sterk verbonden met de natuur. Ze gaan 's nachts met elkaar naar buiten. Ook geloven ze in magie. Dan voeren ze bepaalde geheimzinnige rituelen uit omdat ze iets willen bereiken. Een ritueel is een plechtige manier om iets te doen. Bij een ritueel doen mensen dingen in een vaste volgorde. Ze lopen bijvoorbeeld altijd eerst drie keer om een boom heen, voordat ze kaarsen aansteken.

Details en informatie

  • Titel: Heksen
  • Auteur(s): Frans Weeber
  • Nummer: IC132
  • Niveau: 4
  • Siso: J 912.4