Noordhoff Uitgevers

Herfst

Op 23 september begint de herfst. Op die datum zijn de dag en de nacht precies even lang. Daarna wordt het 's avonds eerder donker en 's ochtends later licht. Pas na Kerstmis worden de dagen weer langer. Als er minder licht is en de zon niet zo hard schijnt, is het kouder. In de natuur is dat goed te merken. Planten gaan dood en dieren zoeken een schuilplaats. Sommige vogels trekken naar warmere gebieden. Andere bouwen een nest en houden zich rustig tot het lente wordt. En mensen? Die gaan zich in de herfst warmer kleden.

In een jaar zitten vier seizoenen. De herfst duurt van 23 september tot 21 december.

Bomen verliezen hun bladeren

Aan de bomen kun je heel goed zien dat het herfst is. Ze verliezen hun bladeren. Als dat niet gebeurde, zouden de bomen doodgaan. In de bladeren zit bladgroen en vocht. Daar leeft de boom van. Uit de koude bodem kan een boom niet goed vocht opzuigen met zijn wortels. En dat is ook niet nodig als er geen bladeren aan de bodem zitten. De boom trekt eerst het bladgroen uit de bladeren terug. Daardoor verkleuren ze van groen naar rood, bruin en geel. Dan stopt de boom met water drinken. Dan verdrogen de bladeren en vallen ze af.

De boom beschermt zichzelf tegen de kou door zijn bladeren te laten vallen.

Dieren reageren verschillend op de herfst. Veel vogels en vlinders trekken naar warme landen. Eekhoorns en veldmuizen leggen een voorraad eten aan. Dan hoeven ze hun hol niet uit als het echt koud wordt. Eekhoorns krijgen bovendien een schutkleur. Hun rode haren vallen uit en er komen grijsbruine voor in de plaats. Zo vallen ze niet zo op in de natuur waarin ook minder kleur is. Vleermuizen houden een winterslaap. Vossen, herten en andere dieren die buiten leven, krijgen een dikkere vacht. Veel insecten gaan dood. Ze hebben nog wel eitjes gelegd en die goed verstopt op warme plekjes. Als de zon gaat schijnen, komen die eitjes uit. Als het warmer wordt, komen ook de kikkers en padden weer tevoorschijn. Die graven zich voor de winter in in de modder.

Veel trekvogels vormen samen de letter V als ze naar het zuiden trekken. Ze vliegen om de beurt voorop.

Herfst is voor de boeren de tijd om te oogsten. Ze huren daarvoor grote machines, zoals combines. Daarmee halen ze uien, aardappelen, suikerbieten en wortelen uit de grond. Na het oogsten strooien de boeren mest op het land. Dat is nodig omdat de grond veel voedingsstoffen aan de gewassen heeft gegeven. De grond moet nu weer gevoed worden. Met een eg wordt de mest door de grond gemengd.
Een koe geeft in de kou maar weinig of helemaal geen melk. Daarom gaan koeien in de herfst naar de stal. Daar krijgen ze hooi, stro en korrelvoer te eten.

In de herfst zijn de appels en peren rijp. Ze worden geplukt en daarna in koelcellen bewaard. Dan blijven ze langer goed.

Details en informatie

  • Titel: Herfst
  • Auteur(s): Marjon Sarneel
  • Nummer: JC108
  • Niveau: 1
  • Siso: J 577.2