Noordhoff Uitgevers

Hersenen

Zonder hersenen zou je deze tekst niet kunnen lezen. Hersenen zijn een orgaan. Zij zorgen ervoor dat je hart klopt, maar ook hoe je beweegt en wat je voelt. Dat je dingen kunt begrijpen en herinneren. 
Bij de hersenen komt allerlei informatie binnen. Ze bekijken de informatie en besluiten wat er moet gebeuren. Ze geven signalen en dat gaat heel snel. De hersenen besturen je lichaam dag en nacht.
Bij de geboorte heeft een baby al net zoveel hersencellen als een volwassene. Toch kan een baby nog niet zo veel. Hersenen leren door dingen te doen. Als je jong bent ontwikkelen de hersenen zich. Als je een jaar of twintig bent, zijn je hersenen ‘af’. Mensen die ergens heel goed in zijn, topsporters bijvoorbeeld, zijn vaak al jong begonnen en hebben heel veel geoefend.


Om iets te leren, moet je het vaak doen. De hersencellen die dit kindje voor het lopen gebruikt, maken door het oefenen steeds betere verbindingen met elkaar. Daardoor gaat het lopen steeds makkelijker.

Hoe werken hersenen?

Hersenen bestaan uit verschillende delen: de grote en de kleine hersenen en de hersenstam
In die verschillende hersendelen vangen neuronen informatie op en geven informatie door. De informatie die de neuronen met elkaar uitwisselen, worden overgebracht door kleine stroomstootjes. Voor een goede werking van je hersenen is het heel belangrijk dat de communicatie tussen de hersencellen goed verloopt.
Hersenen hebben veel brandstof nodig om alle belangrijke dingen goed te kunnen uitvoeren. De brandstof voor de hersenen bestaat uit zuurstof en glucose, een suikersoort. Je lichaam haalt de glucose uit je voedsel. Zuurstof adem je in.
Als een deel van je hersenen niet goed werkt, zul je dat meestal snel merken. Normaal verloopt de informatie-uitwisseling tussen de hersencellen netjes en geordend. Bij epilepsie gaat er wat mis bij de uitwisseling van informatie. Cellen communiceren niet goed en je lichaam kan daardoor erg in de war raken.
Soms ontstaat er een tumor in de hersenen. Een tumor kan ervoor zorgen dat andere cellen niet genoeg zuurstof krijgen. Ze raken afgesloten, daardoor kun je bijvoorbeeld niet meer goed praten.

Hersenonderzoek

Vroeger konden artsen pas als iemand dood was, zijn hersenen bekijken om te ontdekken hoe ze werkten of wat er mis mee was. Nu bestaan er verschillende manieren om in je hoofd te kijken. Met gebruik van röntgenstralen kan een arts zien of er bijvoorbeeld een breuk zit of een tumor. 
Ook kan een arts elektrische activiteit meten. De stroomstootjes die hersencellen uitwisselen, worden aan de buitenkant van de schedel opgevangen.
En dan is er nog een manier om hersenactiviteit te bekijken. Als je praat of een vinger beweegt, is er steeds een ander gedeelte van je hersenen dat veel zuurstof nodig heeft. Dat gedeelte heeft meer doorbloeding en dat kun je zien op een MRI-scan
Bij een operatie is het belangrijk dat de chirurg weet dat hij op het juiste stukje van de hersenen bezig is. Maar je kunt niet zien welke functie ieder hersendeel heeft. Daarom gebeuren operaties soms terwijl de patiënt bij bewustzijn is. Door een stukje van de hersenen te prikkelen, kan de arts aan de reactie van de patiënt zien welke functie dat deel heeft. Bijvoorbeeld: als de patiënt een kriebelig gevoel aan zijn duim krijgt, dan prikkelt de arts het stukje dat over de duim gaat. Het lijkt griezelig, maar hersenen voelen geen pijn. Het doet natuurlijk wel pijn om bij de hersenen te komen, daarvoor krijg je een verdoving.


Hersenfuncties zitten verspreid over de hersenen. Die hersendelen communiceren voortdurend met elkaar.

Dit is een samenvatting van Informatieboekje 19 Hersenen.

Details en informatie

  • Titel: Hersenen
  • Auteur(s): Cunera Joosten
  • Nummer: 19
  • Niveau: 5
  • Siso: J 600.52