Noordhoff Uitgevers

Het christendom

In bijna alle landen van de wereld leven christenen. Er zijn heel veel verschillende richtingen binnen het christendom. Maar de bijbel is het heilige boek van alle christenen. En het kruis is het symbool van hun geloof. Miljoenen mannen, vrouwen en kinderen dragen een kruisje aan een kettinkje om hun nek. Dat kruis herinnert aan de dood van Jezus en zijn opstanding. De leerlingen van Jezus waren de eerste christenen. Wat was Jezus voor een man? Hoe komt het dat zo veel mensen hem na 2000 jaar nog steeds zien als hun redder en helper?

Meestal worden er op zondag erediensten gehouden. Christenen komen dan in de kerk bij elkaar om te zingen en te bidden.

Het leven van Jezus

Alles wat bekend is over Jezus staat in de bijbel. Dat boek bestaat uit twee gedeelten. Het Oude Testament gaat over het joodse geloof. Het Nieuwe Testament vertelt over Jezus. Jezus is geboren in Bethlehem, in Palestina. Dat land heet nu Israël. Onze jaartelling begint bij zijn geboorte: het jaar 0. Jezus werd geboren in een stal. Toen zijn ouders, Jozef en Maria, op reis waren.

Het feest van de geboorte van Jezus wordt gevierd met Kerstmis. Je ziet dan vaak zulke kerststallen.

Toen Jezus 30 jaar was, koos hij twaalf mannen uit. Zij werden zijn leerlingen of discipelen. Met hen reisde hij rond. Aan iedereen die het wilde horen, vertelde hij over God, zijn vader. En hoe je het best kon leven volgens de wil van God. Je moest net zo veel van een ander houden als van jezelf. Jezus kreeg de naam Christus, dat is Grieks voor Messias. Zo heet de verlosser die God aan de joden had beloofd. Overal waar Jezus kwam, stroomden de mensen toe. De joodse leiders vonden dat hij te veel aandacht kreeg. Ze waren bang hun macht kwijt te raken.
Toen Jezus 33 jaar was, vierde hij het joodse paasfeest met zijn discipelen. Tijdens de maaltijd zei Jezus dat hij gauw dood zou gaan. Hij ging 'terug naar zijn vader'. Vlak daarna lieten de joodse leiders Jezus gevangennemen. Een dag later werd hij ter dood veroordeeld. Hij stierf aan het kruis en werd in een graf gelegd. Volgens de bijbel is Jezus uit zijn graf opgestaan. Hij verscheen aan zijn leerlingen. En gaf hun opdracht de mensen te vertellen over het koninkrijk van God. Met Pasen vieren de christenen de opstanding van Jezus. Dat is het belangrijkste feest. De discipelen werden voortaan apostelen genoemd. Dat betekent boodschappers. Langzamerhand verspreidde het christendom zich over heel Europa. Later ontstonden er verschillende kerken. In 1054 de rooms-katholieke kerk en de orthodoxe kerk.
Na 1517 kwamen de protestante kerken. In een katholieke kerk leidt een priester de eredienst. In een protestante een dominee. Tijdens de erediensten wordt de laatste maaltijd van Jezus herdacht. De gelovigen eten dan een stukje brood en drinken een slokje wijn.

Details en informatie

  • Titel: Het christendom
  • Auteur(s): Zeger van Mersbergen
  • Nummer: IC119
  • Niveau: 3
  • Siso: J 230