Noordhoff Uitgevers

Het Nederlands Openluchtmuseum

Het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem is een historisch museum. Het gaat over de geschiedenis van gewone mensen. Hoe zij vroeger bouwden, hoe ze woonden, wat ze aten, wat voor werk ze deden en wat voor kleren ze droegen. Het is geen museum met spullen in glazen kasten. Het is een museum met boerderijen, molens en andere gebouwen waar je echt naar binnen kunt. In totaal zijn er twintig boerderijen uit heel Nederland te zien. Er is ook een scheepswerf. Dat is een werkplaats waar schepen gebouwd of gerepareerd worden. Er zijn winkeltjes, zoals Zus en Jet waar je ouderwets snoep kunt kopen. En een bakker die zijn oven stookt met takkenbossen, net zoals dat vroeger gebeurde. 
Er zijn negen molens in het museumpark, en ook een kerk. En een school. De kinderen moesten zelf stukken heidegrond meenemen, want de school werd warm gehouden met een vuur. 

Dit is de Zaanse buurt. Er staan groene, houten huizen. Dat soort huizen stond vroeger in de streek rond Zaandam in Noord-Holland.


Huizen met bewoners

In de huizen en de molens is ook van alles te zien. Je kunt zien hoe ze ingericht waren en hoe de mensen er vroeger woonden. Op veel plekken laten vrijwilligers zien wat er vroeger gebeurde. Ze zijn met karweitjes bezig. Er zijn ook veel ambachtslieden in het museumpark. Ze laten zien welk werk mensen vroeger deden. Met de hand, want machines waren er toen niet. Je kunt in de smederij zien hoe een smid dingen van metaal maakt. Op de scheepswerf werkte een scheepstimmerman. Het werk in de wasserij en blekerij was zwaar. Rijke mensen brachten er hun wasgoed. Wasmachines bestonden nog niet, dus de wasvrouwen deden alles met de hand. Zij moesten de was sorteren, schoon boenen, spoelen en strijken. De blekerij hoorde bij de wasserij. De lakens werden daar in het gras gelegd, ‘op de bleek’. Bleken betekent lakens of witte kleding zo wit mogelijk maken. De wasserij en blekerij in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem komen eigenlijk uit Overveen. Tot 1937 stonden ze daar, totdat ze afgebroken werden en naar Arnhem werden gebracht. 

In de werkplaats van de scheepswerf was veel werk voor een scheepstimmerman.


Steeds iets nieuws

Het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem begon in 1912 met twee molens, twee boerderijen en een kruidentuin. Nu staan er meer dan honderd gebouwen! Vroeger ging het museum alleen over het leven op het platteland. Daar is steeds meer bij gekomen. Want er gingen steeds meer mensen in fabrieken werken. Daarom staat er nu een zuivelfabriek uit Friesland in het museumpark. Je kunt er zien hoe boter en kaas gemaakt werden. In de loop van de jaren kregen de mensen meer vrije tijd en ze gingen op vakantie. Daarom staan er nu een vakantiehuis en een stacaravan in het museumpark. Mensen wonen niet meer alleen op het platteland, maar ook in steden. Daarom kwam er een stukje stad naar het Openluchtmuseum. Het zijn twee huizenblokken uit de Jordaan in Amsterdam. Dat was een arme buurt, waar de huizen vroeger heel slecht waren. Toen ze gesloopt zouden worden, zijn ze naar het Openluchtmuseum verplaatst. In de huizen en het steegje dat ertussen ligt, lees en hoor je verhalen over het leven van de bewoners. 

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 9 Het Nederlands Openluchtmuseum.

Details en informatie

  • Titel: Het Nederlands Openluchtmuseum
  • Auteur(s): Diana Doornenbal
  • Nummer: 9
  • Niveau: 2
  • Siso: J 908.2