Noordhoff Uitgevers

Het theater

Ben je wel eens naar een theater geweest? Naar een musical, een toneelstuk of een popconcert? De naam theater komt van de oude Grieken. Zij noemden een tribune ‘theatron’. Dat betekent ‘met verwondering kijken’. Een theater wordt ook wel een schouwburg genoemd. Misschien heb jij ook met verwondering gekeken in het theater. En misschien zou je ook wel achter de coulissen willen kijken wat daar allemaal gebeurt.
De Grieken bouwden het allereerste stenen openluchttheater van Europa. De Romeinen bouwden theaters en amfitheaters. Daar werden zwaard- en stierengevechten gehouden. Omdat bij deze spelen vaak doden vielen, werden ze later verboden.
In de middeleeuwen speelde theater zich af op houten podia, bijvoorbeeld op het kerkplein. Maar er werd ook op houten karren en wagens gespeeld. Veel later werd er vooral binnen gespeeld. De eerste Nederlandse schouwburg werd in 1538 in Amsterdam geopend. Met het toneelstuk ‘De Gijsbrecht van Aemstel’ van Joost van den Vondel.

Het theater van Epidaurus is het best bewaarde theater uit de Griekse oudheid. Het werd in de vierde eeuw voor Christus gebouwd en wordt nog steeds gebruikt. Er is plaats voor 15 duizend toeschouwers.

Technici en artiesten

De hele geschiedenis door hebben mensen technische oplossingen bedacht om een voorstelling spectaculair te maken. Bijvoorbeeld machines om het te laten stortregenen op toneel. De meeste voorstellingen werden overdag gespeeld, daarom was er geen theaterlicht nodig. Dat is nu wel anders. Een theatertechnicus regelt dit. Hij werkt met snoeren, kabels, speciale lampen, geluidsapparatuur en decorstukken.
Bij een theatervoorstelling heeft hij een werklijst. Daarop staat precies welke lampen er nodig zijn. En waar ze moeten hangen. Ook staat er op welke geluidsapparatuur nodig is en waar de rekwisieten neergezet moeten worden.

Als de artiesten komen, doen ze voor de voorstelling een soundcheck om te kijken of alle microfoons het doen. En om te testen of het geluid overal goed te horen is. Daarna bereiden de artiesten zich in de kleedkamers voor op de voorstelling. Om goed om te gaan met de spanning, luisteren ze naar muziek. Of ze maken een puzzel. Na de voorstelling gaan sommige artiesten naar het theatercafé om met het publiek te praten. Ook worden er wel dvd’s en cd’s van de artiesten verkocht.
Als de voorstelling maar een keer in een theater gespeeld wordt, breken de technici na de voorstelling alles meteen weer af.

Alles is goed gegaan! De voorstelling is afgelopen, de gordijnen gaan weer dicht.

Bekende theaters

In Nederland zijn er zo’n 120 theaters. Heel bekend is Koninklijk Theater Carré in Amsterdam. Topartiesten, zoals Youp van ’t Hek en Ilse de Lange treden er regelmatig op. In Scheveningen is het Circustheater, dat is bekend van musicals als ‘Tarzan’ of ‘The Lion King’. In Amsterdam staat het Concertgebouw. Daar speelt regelmatig het beroemde Koninklijk Concertgebouworkest.
Voorstellingen zijn niet altijd in een gebouw dat als theater gebouwd is. Zo zijn er in het voetbalstadion GelreDome in Arnhem regelmatig popconcerten. Ook zijn er wel fabrieken omgebouwd tot theater. Als je daar binnengaat, kom je én in een theatersfeer én in de sfeer van de oorspronkelijke fabriek.
Theatervoorstellingen worden ook in de openlucht gespeeld. Het ruigste openluchttheater is de Steengroeve Winterswijk, waar wordt gespeeld tussen 240 miljoen jaar oude kalksteen.
Op het jaarlijkse theaterfestival Oerol op Terschelling wordt locatietheater gespeeld. ‘Sil de Strandjutter’ werd daar opgevoerd op het strand.

 Dit is een samenvatting van het Informatie-boekje 396 Het theater.

Details en informatie

  • Titel: Het theater
  • Auteur(s): Josée Gruwel
  • Nummer: 396
  • Niveau: 3
  • Siso: J 718.4 en J 793.3