Noordhoff Uitgevers

Hindoeïsme

Het hindoeïsme begon vierduizend jaar geleden in India. Het is de oudste wereldgodsdienst. Van de 650 miljoen hindoes in de wereld wonen er 450 miljoen in India. Rond 1900 vertrokken veel Indiërs naar andere landen om werk te zoeken. Ze namen het hindoeïsme mee. Daardoor zijn er nu ook veel hindoes in Indonesië, Sri Lanka, Afrika en Zuid-Amerika. In Engeland wonen ook veel hindoes, omdat India vroeger een Engelse kolonie was. In Nederland wonen er ongeveer 160 duizend.

Hindoes hebben meerdere goden. Vishnoe, Shiva, Krishna en Ganesh zijn de bekendste. Maar Brahman is de Ene, de Allerhoogste. Hij is de oppergeest.

Goed karma verzamelen

Volgens hindoes leeft de ziel van een overleden persoon verder. Die ziel kan dan weer geboren worden in een ander lichaam. Dat heet reïncarnatie of wedergeboorte. Maar hoe wordt je nieuwe leven? Dat hangt volgens hindoes af van wat je doet. Liegen, stelen, geweld gebruiken en jaloers zijn, dat is niet goed. Tevreden en vriendelijk zijn, bidden en over het geloof lezen, dat is wel goed. En elke dag een poeja voor de goden houden. Wie dat allemaal doet, verzamelt goed karma. Met goed karma krijg je, als je ziel terug op aarde komt, een beter leven.

In India staan overal mandirs. Dat zijn hindoetempels. De meeste hindoes gaan geregeld naar zo'n tempel, maar ze hoeven het niet. Bij de tempel staat een beeld van de god aan wie de tempel gewijd is. Meestal is het Vishnoe of Shiva. Als je de tempel binnenkomt, moet je een belletje luiden. In de tempel staan ook beelden. Achteraan staat het belangrijkste beeld. Daar staan lichtjes omheen. Bij dit beeld bidt en offert de hindoe. Als hij daarmee klaar is, krijgt hij van de pandit een rode stip op zijn voorhoofd. Een pandit is een hindoepriester. Hindoes bidden thuis ook. Dan houden ze een poeja bij hun huisaltaar. Ze branden wierook en steken een olielampje aan.

Aan de rode stip kun je zien dat een hindoe in een tempel gebeden en geofferd heeft.

Het hindoeïsme kent verschillende feesten. Het nieuwe jaar begint voor hindoes met Holi. Ze verbranden dan een pop die de slechte heks Holika voorstelt. En ze gedenken de goede god Krishna. Het lichtjesfeest Divali wordt in het najaar gevierd. Er staan dan veel kaarsen in huis om de godin Laksmi de weg te wijzen, zodat ze voorspoed kan brengen. Er is ook een feest voor broertjes en zusjes. Die dag heet Raksha Bandhan. Een meisje doet dan een armband om bij haar broer en wenst hem geluk. De broer belooft de zus om haar te beschermen.

Details en informatie

  • Titel: Hindoeïsme
  • Auteur(s): Zeger van Mersbergen
  • Nummer: IC181
  • Niveau: 4
  • Siso: J 214.4