Noordhoff Uitgevers

Hoe dieren groeien

Alle dieren, ook de hele grote, zijn ooit klein geweest. Tijdens hun leven worden dieren groter en zwaarder. Ze groeien al voordat ze geboren worden of uit een ei kruipen en ze groeien daarna verder. Tijdens de groei veranderen ze ook van vorm. Dat groeien en veranderen gaat niet bij alle dieren hetzelfde. Wel zijn alle dieren hetzelfde begonnen: als één cel Deze cel gaat delen. Zo wordt het dier steeds groter. Sommige dieren lijken in hun jeugd totaal niet op hun ouders. Een kaal mereljong ziet er heel anders uit dan een volwassen merel. Bij een kikkervisje en een rups is het verschil tussen ouder en kind nog veel groter. Tijdens het groeien vindt er bij deze dieren een metamorfose plaats.


Dit girafje moet nog een stuk groeien voordat hij even groot is als zijn moeder.

Cellen groeien

Sommige dieren blijven altijd klein, zoals het pantoffeldiertje. Dat bestaat uit maar één cel. Bij andere dieren en mensen smelten twee cellen samen. Deze cellen gaan delen, net zolang tot er vele duizenden cellen zijn. Als een kluitje cellen zitten ze in de buik van de moeder. Deze delende en groeiende cellen noemen we een embryo.  De tijd dat het jong in de baarmoeder zit, is heel verschillend. Bij een muis duurt het nog geen drie weken, bij een mens gemiddeld negen maanden. Sommige pasgeboren dieren zijn nog helemaal kaal, zoals muizen en eekhoorns. Paarden hebben de ogen open en kunnen al een paar minuten na de geboorte lopen. Hoe verschillend ze ook zijn bij de geboorte, al hun moeders zogen hun jong.

Zoogdieren bevruchten de cellen in het lichaam, vissen en kikkers leggen eitjes in het water. De mannetjes spuiten er zaad overheen om de eitjes te bevruchten. De meeste visseneitjes zijn doorzichtig. Daardoor kun je het embryo zien groeien.
Ook vogels leggen eieren. In tegenstelling tot vissen zitten de vogeleitjes in de buik van de moeder. Als er een stevige schaal om de cellen gegroeid is, is het ei klaar om gelegd te worden. De moeder legt meerdere eieren en dan gaat ze broeden. Door de warmte groeit het embryo verder. Als het kuiken groot genoeg is, maakt het zijn ei van binnenuit open. Daarvoor heeft het een speciaal hard puntje op de snavel.
Hoe het kuiken eruit ziet verschilt per vogelsoort. Een eendenkuiken heeft donsveren en kan al meteen lopen, zwemmen en eten zoeken. Maar een jonge merel of een papegaai kunnen niet veel meer dan hun snavel openhouden waar hun ouders dan eten in stoppen.

Grote verandering

Insecten leggen ook eitjes, meestal niet groter dan een suikerkorrel. Ze plakken hun eitjes vast aan een plant en laten ze dan achter. Broeden doen ze niet.
En ook vlinders leggen eitjes. Uit die eitjes komen rupsen. Zij beginnen meteen van de bladeren te eten en te groeien. Tijdens de groei krijgt de rups een paar keer een nieuw vel en verandert van vorm. Na de laatste keer is de verandering heel groot. De rups is dan een pop geworden. In de pop vindt een grote verbouwing plaats. Als de huid openbarst, kruipt er een vlinder uit. Zo’n metamorfose zie je bijvoorbeeld ook bij kikkers. 


De metamorfose van een cel naar een kikker gaat geleidelijk. Het eitje van de bruine kikker komt na drie weken uit als het water niet te koud is. Drie maanden later gaat hij het land op.

Dit is een samenvatting van Informatiebroekje 54 Hoe dieren groeien


Details en informatie

  • Titel: Hoe dieren groeien
  • Auteur(s): Geert-Jan Roebers
  • Nummer: 54
  • Niveau: 3
  • Siso: J 594