Noordhoff Uitgevers

Hoe planten ‘het’ doen

Dieren doen het. En mensen. Maar ook planten doen aan seks. Op die manier planten zij zich voort. Zonder voortplanting zouden ze uitsterven. 
Mensen en dieren kunnen naar elkaar toe gaan om zich voort te planten. Planten kunnen dat niet. Zij hebben hulp nodig bij het bevruchten. Van insecten bijvoorbeeld. Die helpen hen om stuifmeel bij een andere bloem af te leveren. Planten moeten insecten wel lokken. Dat doen ze bijvoorbeeld met hun geur. De planten wijzen de insecten ook de plek waar zij nectar kunnen vinden. Daarvoor gebruiken zij een honingmerk.
Als planten ‘het’ niet meer zouden doen, zou je maaltijd er heel anders uitzien. Er zou geen pasta of brood op je bord liggen. Die worden gemaakt van tarwe of gerst. En ook geen appel, sinaasappelsap of aardbeienjam. 


Stuifmeel kan heel verschillend van vorm zijn. Onder de microscoop zie je (links) dat de stuifmeelkorrel van een dennenboom twee grote blaasjes heeft. Daardoor wordt hij makkelijk door de wind vervoerd. De korrels met stekeltjes zijn van een tulp. Die worden door insecten vervoerd.

Geuren en kleuren

Mensen, dieren en planten bestaan uit cellen. Sommige cellen spelen een rol bij de voortplanting, zoals de eicel en het stuifmeel. Planten hebben verschillende hulpmiddelen om het stuifmeel met de eicel in contact te brengen. Sommige planten gebruiken de wind. Andere maken gebruik van insecten, zoals bijen of kevers. Er zijn ook planten die hun stuifmeel gewoon zelf op de eicel laten vallen, bijvoorbeeld tarwe.
Bijen en insecten vliegen niet van bloem naar bloem om stuifmeel over te brengen, maar omdat ze in bloemen voedsel vinden: nectar. Ze likken de nectar uit de bloem en komen zo in aanraking met het stuifmeel. Als de insect naar een andere bloem vliegt, komt het stuifmeel daar terecht.
Bloemen gebruiken niet alleen nectar om insecten te lokken. Ook kleuren zijn lokmiddelen. In het voorjaar zijn er nog maar weinig bijen. Daarom hebben voorjaarsbloemen vaak een gele kleur. Die valt enorm op. Je zult bijen nooit bij rode bloemen zien. Bijen kunnen die kleur niet zien. Hommels wel, die zien rood als een aantrekkelijke kleur.
Bloemen lokken insecten ook met geuren. Vooral bloemen die ’s nachts of in de schemering bloeien, zoals de kamperfoelie, zijn erg aantrekkelijk voor vlinders. 
Een bloem met een heel bijzondere geur is de aronskelk. Zij verspreiden een geur van dode dieren. Daar komen aasvliegjes op af.

Hulp in boomgaard en kas

Als planten niet aan seks deden, zou de wereld er heel anders uitzien. Niet alleen voor dieren, maar ook voor mensen zijn vruchten heel belangrijk voedsel. 
Bijen zijn onmisbaar bij de voortplanting van een groot aantal planten. Als bijen nu zouden uitsterven, zouden die planten geen zaden en vruchten meer kunnen vormen. Daarom later fruittelers in het voorjaar bijenkasten in hun boomgaard plaatsen. 
Tomaten gebruiken de wind om het stuifmeel op hun eigen stamper te strooien. Maar in een kas is het windstil. Tomatentelers schudden vroeger aan de planten om stuifmeel te verspreiden. Dat kostte veel tijd. Nu gebruiken ze hommels voor dat karwei. De hommels halen stuifmeel uit de bloemen en brengen ze daarbij in trilling.


Telers bestellen speciale hommelnesten voor hun kassen. In zo’n doos zit een volkje met een koningin, een tiental werksters en eieren en larven, plus een tankje met suikerwater. Hommels worden gebruikt bij de teelt van tomaten, courgettes, aubergines en paprika’s.

Dit is een samenvatting van Informatie-boekje 386 Hoe planten ‘het’ doen.

Details en informatie

  • Titel: Hoe planten ‘het’ doen
  • Auteur(s): Ferry Siemensma
  • Nummer: 386
  • Niveau: 5
  • Siso: J 583