Noordhoff Uitgevers

In een rolstoel

Mensen die in een rolstoel rijden, hebben een probleem met bewegen. Meestal zijn ze verder gezond. Ze denken en voelen net als jij. Meestal kunnen ze ook gewoon naar school of naar hun werk. Je noemt de mensen die delen van hun lichaam niet goed kunnen gebruiken gehandicapt (zeg: gehendikept). Een deel van de gehandicapten kunnen niet goed bewegen. Ze hebben een spierziekte of zijn na een ongeluk verlamd geraakt. Dan heb je geen gevoel meer in een deel van je lichaam. Sommige rolstoel gebruikers hebben wel goede benen, maar ze zijn zwak door een ziekte of operatie. Zo iemand loopt vaak wel kleine stukjes. Alleen als hij moe is, gaat hij in een rolstoel.

Rijden in een rolstoel kun je leren. Er zijn speciale plekken waar je kunt oefenen.

Met of zonder motor

Een hand-bewogen rolstoel is voor mensen die hun handen en armen goed kunnen gebruiken. Zo'n rolstoel is licht en kan makkelijk draaien. Meestal kun je hem opvouwen. Er zitten twee grote wielen aan. Langs de banden zitten grote ringen. Daarmee kun je jezelf voortduwen. Een elektrische rolstoel heeft een motor die op elektriciteit werkt. De motor zit in een bak onder de stoel. Met het hendeltje op de armleuning kun je de snelheid en de richting regelen. Dat heet de joystick (zeg: djoistik). De meeste rolstoelen zijn gemaakt van aluminium. Dat is een lichte, zilverkleurige metaalsoort.

Met een speciale rolstoel kun je op het strand rijden.

Als je een rolstoel nodig hebt, zorgt de gemeente waar je woont dat je er een krijgt. Zij betalen hem ook. Een rolstoel wordt altijd precies op maat gemaakt. Hij moet bij je passen zoals een paar schoenen. Samen met een ergo-therapeut zoek je een rolstoel uit. Zo iemand weet er alles over. Hij of zij kijkt voor welke handicap je de rolstoel nodig hebt. Is een hand-bewogen rolstoel goed? Of kun je beter een elektrische rolstoel nemen? Ga je hem meestal binnen of juist alleen buiten gebruiken? Ben je erg actief of moet je veel liggen? Allemaal vragen die de ergotherapeut met je bespreekt.

Als een rolstoelgebruiker ergens heen wil, lukt een klein stukje meestal prima zelf. Maar na een tijdje worden je armen moe als je in een hand-bewogen rolstoel rijdt. En van een elektrische rolstoel is na een half uurtje de motor leeg. Voor langere afstanden is dus vervoer nodig. Er zijn speciale rolstoelbusjes, en in gewone bussen is altijd een plek waar iemand in een rolstoel kan staan. Wil je met de trein, dan kan iemand die op het station werkt je helpen. Je kunt ook met het vliegtuig reizen. Ook daar wordt je geholpen door medewerkers. Je kunt dus met een rolstoel overal heen.

Details en informatie

  • Titel: In een rolstoel
  • Auteur(s): Katja Hansma
  • Nummer: JC201
  • Niveau: 1
  • Siso: J 325