Noordhoff Uitgevers

In het dierenasiel

In Nederland zijn meer dan honderd dierenasielen. Ze zijn onderdeel van de Dierenbescherming, een vereniging die opkomt voor dieren. In een asiel komen loslopende dieren terecht die op straat zwerven. Soms kunnen mensen niet meer voor hun huisdier zorgen. Dan komt het ook in een asiel terecht. Het gaat vaak om honden en katten. Maar ook egels, cavia’s, vogels en soms zelfs slangen komen bij de asielen binnen. Soms vangt het asiel die dieren zelf op. Soms brengen de mensen van het asiel die dieren ergens anders heen. Naar een speciale vogel- of egelopvang bijvoorbeeld. 


De hokken worden twee keer per dag schoongemaakt. Dan worden de dieren minder snel ziek.

Baas kwijt

Een zwerfdier is een dier dat zijn baas kwijt is. De mensen van het asiel proberen de baas op te sporen. Soms staat er in het oor van het dier een nummer getatoeëerd. Of het nummer staat op een microchip onder de huid. Door dat nummer kan het baasje makkelijk worden teruggevonden. 
In elk asiel zitten ook veel afstandsdieren. Dat zijn huisdieren die zijn weggedaan door hun baas. Bijvoorbeeld omdat hij niet meer voor het dier kon zorgen. Of omdat zij naar een bejaardenhuis ging. Of omdat een van de kinderen een allergie kreeg. Gelukkig wordt het afstandsdier in het asiel goed verzorgd. En er wordt geprobeerd om een nieuw baasje voor hem te vinden. Dat lukt gelukkig heel vaak. Negen van de tien honden vindt een nieuw adres. En acht van de tien katten worden uit een asiel gehaald door een nieuwe eigenaar.


Door een advertentie in een huis-aan-huis-blad vinden veel asieldieren een nieuwe baas.

Een dier moet bij je passen

Over de afstandsdieren in het asiel is veel informatie. De vorige eigenaar heeft meestal van alles over het dier verteld. Over zwerfdieren weten de mensen in het asiel bijna niks. Wie een dier uit het asiel wil halen, moet eerst goed nadenken. Wat voor dier moet het zijn? Met welk karakter? Een dier dat heel beweeglijk is, of juist rustig? Wil je een rasdier? Een hond of kat moet goed bij je passen, daarom zijn die vragen belangrijk. Je kunt niet zomaar een dier aanwijzen en meenemen. Heb je er eenmaal een gekozen, dan komt iemand van het asiel na een paar weken kijken of alles goed gaat.

Werken in het dierenasiel

In een asiel werken veel vrijwilligers. Ze krijgen daar geen geld voor. Ze doen het omdat ze het leuk vinden en van dieren houden. Vaak weten ze ook veel van dieren af. Als je wat ouder bent, kun je in het asiel gaan helpen. Er is altijd veel werk te doen. Dieren voeren, uitlaten, borstelen, met ze spelen. Je kunt eens gaan kijken bij een asiel in je buurt. Op dierendag kun je in elk geval in een asiel terecht. Dan hebben veel asielen een open dag. 

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 40 In het dierenasiel.

Details en informatie

  • Titel: In het dierenasiel
  • Auteur(s): Ineke van Kasteren
  • Nummer: 40
  • Niveau: 1
  • Siso: 590.2