Noordhoff Uitgevers

Inenten

Niemand vindt het leuk om een prik te krijgen. Toch is inenten een geweldige vondst. Toen inenten nog niet bestond, stierven veel mensen aan besmettelijke ziektes.
Inenten helpt alleen bij sommige ziektes die veroorzaakt worden door een bacterie of een virus. De meeste bacteriën zijn nuttig, bijvoorbeeld om je lichaam goed te laten werken. Maar van sommige kun je erg ziek worden. Ook virussen kunnen je ziek maken. 
Twee eeuwen geleden stierven nog veel kinderen aan besmettelijke ziektes, zoals pokken. In 1798 vond een Engelse dokter een middel tegen pokken. Door kinderen te vaccineren werden ze beschermd tegen de ziekte. Vanaf 1800 werden ook in ons land kinderen gevaccineerd. Vanaf 1957 kunnen alle kinderen gratis een serie inentingen krijgen. De vaccins worden steeds beter.


Bijna alle kinderen in ons land krijgen een serie prikken om ze te beschermen tegen ernstige ziektes.

Goed beschermd opgroeien

Een pasgeboren baby is beschermd tegen veel kinderziektes. In het bloed van het kindje zitten nog antistoffen van de moeder. Maar na een paar maanden niet meer. Daarom kunnen baby’s al vanaf zes weken een prik krijgen. De baby krijgt dan bijvoorbeeld bacteriën ingespoten. Daardoor gaat het lichaam van het kindje antistoffen maken. Die komen in actie als het kind later besmet raakt door bacteriën. 
Soms wordt een kind een beetje ziek van een prik, maar dat is vaak na twee dagen weer over.
Een bekende inenting is de DKTP-prik. De prik beschermt ook tegen tetanus. Deze bacterie zit vooral in straatvuil. Daarom moet je, na een valpartij, de wond goed laten schoonmaken en verzorgen.

Nieuwe vaccins

Vaccins worden gemaakt in geneesmiddelenfabrieken. Daar kweekt men bacteriën en virussen die de bekende infectieziektes veroorzaken. Die bacteriën en virussen worden in een spuitje gestopt. Klaar voor gebruik. Af en toe duiken er nieuwe besmettelijke ziektes op. Daar bestaat dan nog geen vaccin tegen. Ook zijn er virussen die steeds een beetje veranderen. Daarom moet een vaccin steeds een beetje worden aangepast. Als er nog geen vaccin is, kan er een epidemie ontstaan. Dat gebeurde in 1918 met de Spaanse griep, een nieuwe ziekte. Het was een grote ramp, met minstens 50 miljoen doden,vooral in Europa en Amerika.

Gevaarlijke epidemieën komen in Nederland nauwelijks voor. Bijna iedereen heeft als kind de bekende prikken gehad. In ons land overlijden weinig kinderen aan een besmettelijke ziekte. In sommige Afrikaanse landen is het sterftecijfer heel hoog: 250 per 1000 kinderen. Dat komt doordat ze verzwakt zijn, of door besmet drinkwater of slechte hygiëne. Net als vroeger in Nederland. UNICEF, het kinderfonds van de Verenigde Naties, helpt miljoenen kinderen met vaccinaties.


Inenten tegen polio heeft ervoor gezorgd dat deze ernstige ziekte in de meeste landen niet meer voorkomt. Alleen in Nigeria, Pakistan en Afghanistan breken nog wel polio-epidemieën uit. Deze kinderen zijn daarvan het slachtoffer.

In verre landen heersen andere ziektes dan bij ons. Bijvoorbeeld gele koorts of buiktyfus. Sommige worden verspreid door dieren die daar leven, zoals muggen. Als je naar die landen op vakantie gaat, moet je je meestal laten inenten tegen zulke ziektes. Je krijgt dan een speciaal boekje waarin staat welke prikken je hebt gehad. Dat boekje moet je meenemen, zodat je kunt bewijzen dat je ze hebt gehad.

Niet alleen kinderen worden ingeënt, ook oudere mensen. In de winter heerst er vaak griep. Een zware griep kan gevaarlijk zijn voor oudere mensen. Daarom laten veel ouderen zich elke herfst gratis inenten tegen de griep.

Dit is een samenvatting van Informatieboekje 15 Inenten.

Details en informatie

  • Titel: Inenten
  • Auteur(s): Zeger van Mersbergen
  • Nummer: 14
  • Niveau: 4
  • Siso: J 614.53