Noordhoff Uitgevers

Inktvissen

Inktvissen leven in zout water: in zeeën en oceanen. Ze hebben lange vangarmen waarmee ze andere dieren kunnen vastpakken. Vroeger dachten mensen dat inktvissen met hun vangarmen een schip de diepte in konden trekken.
De grootste inktvis is de reuzenpijlinktvis. Hij kan wel twintig meter lang worden en leeft op grote diepte. Zijn grootste vijand is een walvis, de potvis. De meeste soorten inktvissen worden zo'n vijftig centimeter tot één, twee of soms drie meter lang.
Inktvissen spuiten inkt als ze in gevaar zijn. Ze verdwijnen dan achter de inktwolk. Inktvissen kunnen zich ook camoufleren als een kameleon. Binnen een seconde kunnen ze volledig van kleur veranderen. Van donkerbruin worden ze opeens bleek wit. Ze hebben ogen waarmee ze beter kunnen zien dan een mens. De ogen van reuzenpijlinktvissen zijn de grootste ogen van het dierenrijk. Ze kunnen zo groot als een voetbal worden.

Een inktvis ziet beter dan een mens.

Zuignappen en papegaaienbekken

Een inktvis is geen vis, maar een weekdier, net als een slak. Hij heeft geen botten. Sommige inktvissen, bijvoorbeeld de zeekat, hebben een soort schelp in hun lichaam.
Elke inktvis heeft vangarmen of tentakels met daarop een aantal zuignappen. Daarmee kan hij zijn prooi grijpen. De meeste inktvissen hebben tien tentakels, waarvan er twee langer zijn dan de andere acht. Ze heten vangtentakels.
Een inktvis lijkt op een grote zak met een aantal tentakels. Die zak heet mantelholte. Daarin zitten het hart en de spijsverteringsorganen. Er zitten ook kieuwen. Daarmee haalt een inktvis adem. De kop zit aan de mantelholte vast. De inktvis heeft grote, bolle ogen waarmee hij uitstekend kan zien. Achter elk oog zit een orgaan waarmee hij prima kan ruiken. De bek heeft twee sterke kaken en lijkt op een papegaaiensnavel. Daarmee kan een inktvis gemakkelijk het harde schild van een krab, de schelp van een mossel of de schedel van een vis kraken. Met zijn bek spuit hij gif in zijn prooi.

De zuignappen van een octopus zijn handig om prooien mee vast te houden.

Inktvissen zwemmen met behulp van straalaandrijving. Ze spuiten met grote kracht water door hun trechter. Daardoor spuit de inktvis zichzelf naar achteren. Octopussen gebruiken ook straalaandrijving om snel weg te zwemmen. Maar meestal bewegen octopussen zich langzaam door het water. Ze leven op de bodem van de zee en kruipen veel met behulp van hun tentakels. Als ze zwemmen, waaieren ze met de vliezen die tussen de tentakels zitten.
De zeekat gebruikt zijn trechter ook om voedsel te zoeken. Daarbij zwemt hij langzaam over de zeebodem, terwijl hij met zijn trechter een waterstraaltje over het zand blaast. Hierdoor komen garnalen uit het zand te voorschijn.
Alle inktvismannetjes hebben een speciale tentakel, de hectocotylus. Daarop zitten geen zuignappen, maar pakketjes met zaadcellen. Bij de paring steekt het mannetje deze tentakel in de mantelholte van het vrouwtje. De zaadcellen komen zo bij de eitjes. Een octopusvrouwtje kan wel 150 duizend eitjes in haar lichaam hebben. Binnen een week legt het vrouwtje al die eieren. De eitjes komen na enkele weken uit.
Inktvissen zijn roofdieren. Ze eten krabben en kreeften, vissen en weekdieren. Een octopus eet ongeveer 25 krabben per dag.
Inktvissen kun je eten. Ze zijn gezond, want ze bevatten veel eiwit. Ook wordt van inktvissen vismeel gemaakt. En van de inkt van zeekatten wordt een bepaald soort verf gemaakt, sepia.

Details en informatie

  • Titel: Inktvissen
  • Auteur(s): Josée Gruwel
  • Nummer: IC137
  • Niveau: 3
  • Siso: J 597.3