Noordhoff Uitgevers

Internetgebruik

Kun jij je een leven zonder internet voorstellen? Nee, hè? Toch bestaat internet nog niet zo lang. Rond 1970 waren in Amerika vier computers met elkaar verbonden. Ze vormden een netwerk. Later kwamen er over heel de wereld netwerken. Toen al die computers met elkaar verbonden waren, was internet geboren. Internet wordt ook wel het wereldwijde web genoemd, afgekort tot WWW.
In het begin konden er alleen teksten verstuurd worden. Later ook plaatjes, geluid en filmpjes. Internet is het grootste communicatiemiddel dat er bestaat. Toch kan nog niet iedereen op de wereld er gebruik van maken. Dat komt vooral doordat er veel armoede op de wereld is. En er zijn landen waar mensen niet vrij mogen internetten. Bijvoorbeeld omdat ze geen kritiek mogen hebben op hun regering.

In de meeste landen van de wereld staan internetcafés. Zo kunnen ook arme mensen gebruikmaken van internet.

Websites maken en bekijken

Om met elkaar te kunnen communiceren, moeten alle computers dezelfde taal gebruiken. De bekendste computertaal is HTML. Hiermee kun je websites maken. Maar mensen spreken geen computertaal. Daarom moet de computertaal vertaald worden voor mensen die de site bekijken. Daarvoor zorgt een browser (zeg: brouwsur). De browser zet alle teksten op de goede plaats en maakt bijvoorbeeld woorden vet of onderstreept ze.
Wil je op internet surfen, dan heb je een modem nodig. Via dat apparaat maak je verbinding met een provider, die ervoor zorgt dat je toegang tot internet krijgt.
De afgelopen jaren kwamen er steeds nieuwe verbindingen om meer gegevens sneller te kunnen verzenden of ontvangen. In gebieden waar geen kabels in de grond liggen, kunnen mensen via de satelliet op internet.

Om een goede webpagina te maken gebruik je speciale computertaal. Die taal bestaat uit een hoop codes. De codes geven aan of iets een kopje is, of gewone tekst, of een afbeelding.

Let goed op

Hoe kun je nu iets vinden op internet? Om dingen op te zoeken zijn er speciale zoekprogramma's, zoals Google of Yahoo. Zonder deze programma's zou het je nooit lukken om iets te vinden, zo veel informatie staat er op internet. Maar hoe weet je nu of de informatie die je vindt, betrouwbaar is? Iedereen kan informatie op internet zetten. Die hoeft dus niet altijd te kloppen. Het is daarom belangrijk om te weten wie de schrijver is of van welke organisatie de site is. Goede sites zijn bijvoorbeeld Artis of SchoolTV.
Er zijn veel mogelijkheden om zelf informatie op internet te zetten. Bijvoorbeeld op YouTube kun je filmpjes zetten. Je moet wel bedenken dat iedereen ze kan zien. Soms is dat niet handig. Je kunt de filmpjes er wel afhalen, maar dat wil nog niet zeggen ze helemaal van internet af zijn.
Helaas zijn er ook criminelen actief op internet. Zij proberen geld te verdienen op manieren die verboden zijn. Daar kun jij ook mee te maken krijgen. Het is heel verleidelijk om gratis programma's te downloaden. Criminelen stoppen daar soms spyware (zeg: spai-wèr) in. Daarmee kunnen ze allerlei persoonlijke gegevens van jou ontdekken. Ook loop je het risico dat je een virus binnenhaalt. Ieder jaar komen er nieuwe virussen bij. In 2008 verschenen er al meer dan een miljoen.
Toch blijft internetten veilig en leuk. Als je er maar goed mee omgaat. Je moet bijvoorbeeld geen e-mailbericht openen als je de afzender niet vertrouwt. Er kan een virus in het bericht zitten. Een programma dat virussen opspoort, is daarom belangrijk. En zorg altijd voor een goed wachtwoord.

Details en informatie

  • Titel: Internetgebruik
  • Auteur(s): Petra Cremers
  • Nummer: IC289
  • Niveau: 3
  • Siso: J 528.51