Noordhoff Uitgevers

Kaart en kompas

Op een plattegrond van je eigen dorp of wijk kun je de straat zien waar je in woont. En hoe je van je huis naar school of de bibliotheek kunt lopen. Alle straten staan erop, maar ook belangrijke gebouwen, parken en sportvelden. Alles ziet er wel anders uit dan in het echt. Een sportveld is een groen vlakje. Je moet goed kijken om te snappen wat er op de kaart te zien is. Als je een stad of dorp zoekt, kijk je op een landkaart. Daar staan ook rivieren, meren en wegen op. Kleuren zijn bij een landkaart ook belangrijk. Water is blauw, bossen of weilanden zijn groen.

Op deze plattegrond zie met een rode stippellijn waar de bussen naartoe gaan. De nummers van de buslijnen staan erbij.

Een kaart lezen

Met een kaart kun je een route bepalen. Maar op een kaart kun je nog veel meer "lezen". Op een kaart staan allerlei symbolen. Dat zijn kleine figuurtjes die mensen hebben bedacht om iets uit te beelden. Elk symbool betekent iets anders. Een witte letter P in een blauw vierkant betekent bijvoorbeeld dat er een parkeerplaats is. Dit symbool is bij veel mensen bekend. Als je een symbool op de kaart ziet staan dat je niet kent, kun je in de legenda kijken. Dat is een apart vakje op de kaart waarin alle symbolen staan uitgelegd. Op een weerkaart staan ook symbolen. Aan een wolkje met een halve zon erboven kun je zien dat de zon af en toe zal schijnen.

Om met een kaart te kunnen werken, moet je het noorden en zuiden weten. Ontdekkingsreizigers maakten vroeger een staafje ijzer magnetisch met een magneetsteen. Daardoor wees het staafje naar het noorden en zo kon de kapitein de koers bepalen. De magneetsteen was de voorloper van het kompas. Op een kompas zit een naald die altijd naar het noorden wijst. De naald is magnetisch en wordt aangetrokken door de magnetische noordpool. Als je het kompas beweegt en daarna weer stilhoudt, wijst de naald weer naar het noorden. Als je gaat wandelen in een gebied dat je niet kent, heb je behalve een kompas ook een kaart nodig. Op de kaart staat een pijl naar het noorden. Met het kompas kun je zien waar het noorden is. Zo weet je hoe je de kaart moet houden en kun je bepalen waar je bent.

Op een kompas staan ook letters. De O staat bijvoorbeeld voor oosten. En ZW voor zuidwesten.

Een kompas is een handig hulpmiddel om je richting mee te bepalen. Maar er zijn modernere technieken. In sommige auto's en boten zit tegenwoordig een gps-apparaat. Het berekent waar je bent. En het kan zeggen hoe je op je bestemming komt. De letters zijn een afkorting van de Engelse woorden global positioning system. Het gps-apparaat krijgt signalen door van een satelliet. Een satelliet is een onbemand ruimtevaartuig dat in een baan om de aarde draait. Verschillende satellieten geven verschillende signalen aan het gps-apparaat door. Zo weet het apparaat precies waar je bent. Satellieten maken ook foto's van de aarde. Cartografen maken daar op de computer kaarten van, bijvoorbeeld weerkaarten.

Details en informatie

  • Titel: Kaart en kompas
  • Auteur(s): Lien van Horen
  • Nummer: JC162
  • Niveau: 2
  • Siso: J 519