Noordhoff Uitgevers

Kalenders

In elk huis hangt wel een kalender. Er bestaan kalenders met foto's of kunstwerken erop. Op andere staat alleen de datum. En daar gaat het om. Op een kalender kun je zien welke dag het is, welke maand en welk jaar. Bijvoorbeeld: zondag 16 mei 2004. Zonder kalender zou je niet weten wanneer je jarig bent. Of wanneer het vakantie is. Op mobiele telefoons en horloges kun je ook vaak de datum zien. Want je hebt elke dag met tijd en data te maken. Op een kalender kun je afspraken schrijven. Elk jaar heb je een nieuwe kalender nodig. Want elk jaar schuiven alle dagen één dag op. In 2005 valt 16 mei op een maandag.

Kalenders zien er allemaal anders uit. Maar ze geven allemaal hetzelfde aan: de datum.

Verjaardag

Op een verjaardagskalender staan de dagen van de week niet. Er staat ook geen jaar op. Alleen de maanden, met 30 of 31 dagen. Ken je iemand die op 16 mei jarig is? Dan schrijf je dat op de verjaarskalender. Diegene is elk jaar op die datum jarig. Een verjaarskalender hoef je dus maar één keer te kopen. Het is handig om achter iemands naam ook de geboortedatum te zetten. Je kunt dan uitrekenen hoe oud diegene wordt. Je kunt ook andere belangrijke dagen op de verjaarskalender zetten. Bijvoorbeeld de trouwdag van je ouders.

Een goede plek voor een verjaarskalender is de wc. Daar kom je elke dag, dus hoef je geen verjaardag te vergeten.

Vroeger bestonden er nog geen kalenders. Maar de mensen wilden wel graag de tijd in kunnen delen. Daarom keken ze naar drie natuurverschijnselen. De zon die opgaat en ondergaat, de stand van de maan, en de vier seizoenen: lente, zomer, herfst en winter. Aan de hand van die drie natuurverschijnselen konden ze de dag, de maand en het jaar bepalen. Maar erg nauwkeurig was het niet. In 1582 bedacht de paus, het hoofd van de katholieke Kerk, een nieuwe kalender. Die paus heette Gregorius. De nieuwe kalender werd naar hem genoemd: de gregoriaanse kalender.

Aan de stand van de maan konden mensen vroeger ongeveer zien welke dag het was.

Overal in de wereld wordt nu die gregoriaanse kalender gebruikt. Maar sommige groepen mensen hebben een andere kalender. De Chinezen bijvoorbeeld, maar ook de islamieten. Zij hebben de islam als godsdienst. De negende maand heet ramadan. In die maand mogen islamieten overdag niet eten of drinken. Dat heet vasten. Hun jaar duurt maar 354 dagen, dus elf dagen korter dan 'ons' jaar. Daarom verschuift de ramadan, net als de andere maanden, elk jaar elf dagen. Als de ramadan in de zomer valt, is het vasten moeilijker. De dagen zijn dan lang. In de winter, als het 's morgens laat licht wordt en 's avonds weer vroeg donker, is het makkelijker.

Details en informatie

  • Titel: Kalenders
  • Auteur(s): Jakob van Sonderen
  • Nummer: JC104
  • Niveau: 1
  • Siso: J 553 / 902.1