Noordhoff Uitgevers

Kansberekening

Mens-erger-je-niet ken je vast wel. Het is een kansspel. Om zo’n spel te spelen, hoef je niet slim of handig te zijn. Oefenen helpt ook niet, want of je het nu vaak speelt of niet, je kans om te winnen is altijd hetzelfde. Als je aan het ganzenborden bent met vier spelers, hoeveel kans heb je dan om te winnen? Een van de vier spelers kan maar winnen, speler 1, speler 2, speler 3 of speler 4. De kans om bij dit spel te winnen is dus 1 op 4 ofwel 1:4. Ofwel ¼, een kwart kans. Ofwel 25 procent (25%). Als je kunt uitrekenen hoe groot je kans is om te winnen, kun je beter beslissen of je mee wilt doen of niet. Een spelletje ganzenbord gaat om de gezelligheid. Maar als je aan een loterij mee wilt doen, kost dat geld. 

Stoelendans. De kans op een stoel wordt steeds kleiner en de kans om te winnen steeds groter. 

Loterij

Om mee te doen aan een loterij koop je een lot. Stel dat een lot 10 euro kost. Er worden 1000 loten uitgegeven. Er is één grote prijs te winnen, en nog wat kleine prijzen. Je gaat natuurlijk voor de grote prijs, maar hoeveel kans heb je om die te winnen? Dat kun je uitrekenen. Je kans is 1 op 1000 ofwel 1:1000 ofwel 1/1000. Dat is een hele kleine kans. Je weet bijna zeker dat je niet wint, want de kans om niet te winnen is 999 op 1000. Dat kan bijna niet missen! 
Kansberekening wordt ook in hele andere dingen gebruikt. Bijvoorbeeld in de vliegtuigbouw. Een vliegtuigmotor bestaat uit heel veel onderdelen. Voor een bepaald onderdeel is de kans dat het stuk gaat 1 op de 100. Dat risico willen vliegtuigbouwers niet nemen. Daarom zetten ze hetzelfde onderdeel nog een keer in de motor. De kans dat ze allebei tijdens dezelfde vlucht kapot gaan is dan nog maar 1:100 x 1:100 = 1:10.000. 


Bij drie dezelfde onderdelen is de kans 1:1.000.000, 1 op een miljoen dus.

Statistiek

Je kunt kansberekening toepassen bij allerlei vragen. Hoe groot is de kans dat mijn fiets gestolen wordt? Hoe groot is de kans dat ik honderd jaar word? Hoe groot is de kans dat het morgen gaat regenen? Om deze vragen te beantwoorden, wordt statistiek gebruikt. Dat is een manier van rekenen waarbij heel veel waarnemingen worden gedaan. Die worden verwerkt in een grafiek en daar kun je dan uit aflezen hoe groot de kans op iets is. Degene die de waarnemingen doet en verwerkt, is een statisticus. Hij kan ook voor een bedrijf berekenen of ze risico’s lopen. Een vliegtuigfabrikant wil natuurlijk weten hoe groot de kans is dat een vliegtuig neerstort. Statistiek kan daarbij helpen.
Je kunt ook nagaan hoe groot de kans op iets is, door een steekproef te doen. Je vraagt dan iets aan een groep mensen. Bijvoorbeeld: welke reclame vind je leuker, filmpje 1 of 2? Vinden alle mensen in de steekproefgroep filmpje 1 het leukst, dan is de kans groot dat iedereen dat vindt. Het is een goedkope en snelle manier om ergens achter te komen.

Dit is een samenvatting van Informatieboekje 08 Kansberekening.

Details en informatie

  • Titel: Kansberekening
  • Auteur(s): Else van Erkel
  • Nummer: 8
  • Niveau: 5
  • Siso: 517.1