Noordhoff Uitgevers

Kastelen

Dappere soldaten vochten er tegen de vijand. Vanaf de kasteelmuur gooiden ze stenen en hete olie naar beneden. Paardenhoeven kletterden over de binnenplaats. Binnen zat een ridder in een door fakkels verlichte grote zaal. Daaraan denk je misschien als je aan een kasteel denkt. Veel kastelen bestaan nog steeds, in heel Europa. De meeste worden niet meer bewoond. Je kunt ze nu bezichtigen. De eerste kastelen waren eigenlijk versterkte huizen. Tussen 800 en 1000 na Christus trokken de noormannen plunderend langs de kusten van Europa. Rijke mensen bouwden daarom dikke muren om hun huis. Zo konden de noormannen minder makkelijk binnenkomen. Hun huis was een kasteel geworden.

Veel kastelen werden op heuvels of rotsen gebouwd. Zo konden de ridders de vijanden van ver aan zien komen.

Ridders, slootgravers en minstrelen

De eerste kastelen waren van hout. Later werden ze van steen gebouwd. Om het kasteel heen kwam een dikke, hoge muur. Daarlangs werd een gracht gegraven met een ophaalbrug erover. Zo probeerde men de vijand buiten de deur te houden. Na het jaar 1400 ging men vierkante kastelen bouwen. Deze hadden muren van soms wel twee meter dik. Op de binnenplaats werden stallen, schuren, koetshuizen, werkplaatsen en woningen voor bedienden gebouwd. Sommige kastelen leken wel een klein dorp. Honderden mensen werkten aan de bouw van het kasteel. Van steenhouwers en metselaars tot slootgravers. Hun baas was meestal een rijke man, die heer of ridder werd genoemd. Deze heer woonde met zijn gezin in het kasteel. Hij was de baas over het gebied. Hij bezat vaak een groot stuk land, waarop boeren voor hem werkten. Het leven in het kasteel was niet zo spannend als je in films soms ziet. In de winter viel er weinig te doen. Minstrelen trokken van kasteel naar kasteel. Ze werden met open armen ontvangen. Zij zongen liederen, vertelden verhalen en brachten nieuws. Ze zorgden voor afleiding.

Af en toe hielden de ridders wedstrijden. Ze probeerden elkaar met een zwaard van hun paard te wippen. Dit was een goede oefening voor als de vijand kwam. Soms werd het kasteel door een vijand omsingeld. Niemand kon het kasteel dan verlaten om voedsel te halen. De aanvallers hoopten zo de kasteelbewoners uit te hongeren. Dit heette een belegering. Lukte dit niet, dan bouwden de aanvallers soms een stormram. Dat was een houten toestel waarin een zware balk hing die ze tegen een deur of muur konden rammen. Ook gebruikten ze stormladders om over de muren te klimmen. Maar de kasteelbewoners vochten natuurlijk terug. Ze schoten pijlen en gooiden stenen vanachter de kantelen. Dat zijn de uitsteeksels boven op de kasteelmuur. Als de vijand aanviel over de stormladder, gooiden ze kokend water of hete pek naar beneden. En natuurlijk hadden ze altijd nog hun zwaarden. Soms groeven ze tunnels onder de muur door. Dan konden ze stiekem toch naar buiten om eten te halen.

Tegenwoordig is van de meeste kastelen niet meer over dan wat steenhopen. Andere kastelen zijn opgeknapt en sommige kun je bezichtigen. Een prachtig voorbeeld is het Muiderslot. Het is een echt middeleeuws kasteel: vierkant, met ronde hoektorens, kantelen, een gracht en een ophaalbrug.

Het Muiderslot is een echt middeleeuws kasteel. Dat kun je zien aan de vorm.

Details en informatie

  • Titel: Kastelen
  • Auteur(s): Hanneke Siemensma
  • Nummer: ic034
  • Niveau: 3
  • Siso: J 718.2

Audio luisteren