Noordhoff Uitgevers

Klimaten op aarde

Op de aarde zijn een aantal klimaten. En die klimaten kunnen erg verschillen.
Dat verschil zie je aan het landschap, aan de dieren en planten en aan de mensen. Bijvoorbeeld hoe zij zich kleden en waar ze van leven. Elk gebied in de wereld heeft zijn eigen klimaat.
Het klimaat wordt bepaald door de klimaatfactor. De hoogte van de aardbodem is zo'n factor. Op een berg is het kouder dan in een dal. De zon verwarmt de aardbodem en die verwarmt weer de lucht daarboven. Hoe verder van de aarde, hoe kouder. Daarom zijn hoge bergtoppen altijd bedekt met sneeuw.
De warmste klimaten vind je rond de evenaar. De zonnestralen vallen er loodrecht op de aarde. Hoe verder van de evenaar een gebied ligt, bijvoorbeeld de Poolgebieden, hoe schuiner de zonnestralen erop vallen. Daardoor is het er een stuk kouder.

De berg Kilimanjaro ligt in Tanzania, een warm land bij de evenaar. Daar kan het wel 40 graden heet zijn. Maar op de top van de berg (5895 m) vriest het. Daar ligt een ijskap.

Verschillende klimaten

Nederland heeft een zeeklimaat. De zomers zijn er nooit erg warm en de winters niet streng. Dat komt omdat Nederland aan zee ligt én doordat de wind meestal van zee komt. In de zomer is het zeewater kouder dan het land. De wind die over het koudere water waait, koelt af en zo komt er koudere lucht onze kant op.
De zeewind brengt ook vochtige lucht mee. Daardoor regent het regelmatig. Dat is goed voor de landbouw. Je zult zien dat er in landen met een zeeklimaat veel akkers en weilanden zijn.
In Midden- en Oost-Europa heeft de zee geen invloed meer op het klimaat. Hier heerst een landklimaat. Dat kun je aan de huizen zien. De ramen zijn er kleiner dan bij ons. Daardoor zijn de huizen 's winters beter warm te houden. In de zomer blijven ze koeler, omdat er weinig warmte naar binnen kan.
Meer naar het noorden wordt de kou strenger. Daar ligt de taiga. De naaldbomen zijn aangepast aan het landklimaat. Als de bodem voor een deel bevroren is, kunnen ze met hun wortels geen water opnemen. Hun naalden zijn eigenlijk opgerolde bladeren, waardoor het water nauwelijks verdampt. Daardoor drogen de naaldbomen niet uit.

Warmte en water

In een tropisch regenwoudklimaat hoef je niet bang te zijn dat er te weinig water is. Het regent er veel. Warmte en veel water is ideaal voor de duizenden soorten planten die er groeien. En van die planten leven weer ontelbare dieren. Al die dieren vinden er voedsel in overvloed.
Veel regenwoud wordt gekapt voor plantages. In de laatste vijftig jaar is ongeveer de helft van alle regenwouden gekapt.
Een klimaat waar het juist heel droog is, is het woestijnklimaat. Daar komen temperaturen voor van tussen de veertig en de vijftig graden. De grootste woestijn op aarde is de Sahara. Met haar zandduinen, bergen en dorre vlakten beslaat ze één derde van Afrika. Aan de rand van de Sahara leven de Bedoeïenen. Met hun kudde trekken ze naar plaatsen waar genoeg groen is. Als het voedsel op is, trekken ze weer verder. Ze wonen in tenten die ze snel kunnen verplaatsen. Woestijnvolken dragen lange kleding in lagen over elkaar. Deze kleding werkt als een soort isolatie tegen de hitte. Een grote doek beschermt het hoofd en gezicht tegen de zon en opwaaiend zand.

In de Amerikaanse woestijnen, zoals hier in Arizona, komen duizenden soorten cactussen voor. Het kan er vaak meer dan 50 graden worden. Toch kunnen deze planten prima overleven in het woestijnklimaat.

Details en informatie

  • Titel: Klimaten op aarde
  • Auteur(s): Zeger van Mersbergen
  • Nummer: IC347
  • Niveau: 3
  • Siso: J 556