Noordhoff Uitgevers

Kunstschaatsen

Wie wil leren kunstschaatsen, gaat naar een kunstijsbaan. Dat is een ijsbaan waar ijs ligt, ook als het buiten niet vriest. Het ijs wordt speciaal gemaakt. Vaak is een kunstijsbaan overdekt. Er zijn 23 kunstijsbanen in Nederland. Als het gaat vriezen, komen er ook natuurijsbanen bij. Bij veel kunstijsbanen in Nederland worden cursussen voor kinderen gegeven. In het begin doen de kinderen spelletjes op het ijs, zoals tikkertje. Ze leren afzetten om vaart te maken, draaien, snelheid maken en op tijd te stoppen. Als je dat allemaal kunt, dan leer je moeilijkere dingen. Bijvoorbeeld pirouettes (zeg: piroewets) maken. Dat zijn rondjes die je draait, op één plek.










Als je gaat kunstschaatsen, moet je gemakkelijke kleren aandoen. Het moet niet te strak zitten, maar ook niet te los.

Ballet op schaatsen

Kunstschaatsen kun je zien als ballet maar dan op schaatsen. Een kunstschaatser rijdt figuren. Een figuur bestaat uit twee of drie elkaar rakende cirkels. Bijvoorbeeld een '8'. Er zijn verschillende sprongen die je kunt maken. Een sprong op het ijs heeft alles te maken met timing (zeg: taiming). Dat is het precieze moment waarop iets moet gebeuren. Bij een sprong is het ook belangrijk om eerst te weten wat je precies moet doen. Je oefent op de grond tot het goed gaat. En daarna probeer je het op het ijs. Voor een sprong moet je vaart maken.















Aan de kleding kun je al zien dat dit een paar is. De kleding heeft dezelfde kleuren en print.

Kunstrijden kun je alleen of met z'n tweeën doen. In je eentje heet het solo rijden. Met z'n tweeën heet het paarrijden. Bij paarrijden is het belangrijkste dat de figuren precies tegelijk gaan. Paarrijders schaatsen meestal met een vaste partner. Hoe vaker ze samen oefenen, hoe beter het gaat. Bij kunstschaatsparen die voor hun beroep schaatsen, is de vrouw altijd lichter en kleiner dan de man. Dat is omdat hij haar dan makkelijker kan liften. Dat is optillen of omhoog gooien. Je kunt ook met meer schaatsers samen schaatsen. Het synchroon-schaatsen kan wel met twaalf tot zestien schaatsers.

Kunstschaatsen is een jurysport. Als er een wedstrijd wordt geschaatst, is er een jury nodig. Dat is een groepje mannen en vrouwen die de schaatsers gaan beoordelen. Ze letten op verschillende dingen. De figuren en sprongen moeten technisch goed worden uitgevoerd. De schaatsers moeten er ook mooi en elegant uitzien. De jury geeft ook punten voor hoe de muziek wordt uitgebeeld en voor de choreografie. Dat is de volgorde van de sprongen en figuren. Een oefening mag ook niet te lang of te kort duren. Bij de Olympische Spelen staat kunstschaatsen al sinds 1908 op het programma.

Details en informatie

  • Titel: Kunstschaatsen
  • Auteur(s): Marion de Graaff
  • Nummer: JC264
  • Niveau: 1
  • Siso: J 618.11