Noordhoff Uitgevers

Kwallen

Als de wind uit het oosten waait, spoelen er vaak kwallen aan op het strand. Het zijn glibberige hoopjes. Veel mensen vinden ze vies. Of ze zijn er bang voor, want sommige kwallen kunnen gemeen steken. Dat doen ze met hun tentakels. Dat zijn een soort draden waar gif in zit. Kwallen hebben geen botten en horen daarom bij de groep van ongewervelde dieren. Ze zitten simpel in elkaar. Het lijf bestaat uit gelei, een soort pudding. Ze hebben geen kop, geen staart en geen poten. Ze bestaan voor het grootste deel uit water. Behalve tentakels heeft een kwal ook een paar dikke slierten: de mond-armen. Ze zitten rond de mond en brengen het voedsel naar binnen. De mond van de kwal zit dus aan de onderkant. Hij komt direct uit in de maag.


Deze kwallen kun je langs de Nederlandse kust zien.

Kwallen en hun eten

Kwallen zijn niet erg snel en ze hebben geen hersenen. Toch zijn bijna alle kwallen jagers. Ze vangen zeedieren, die dan hun prooi zijn. Sommige kwallen eten alleen piepkleine zwemmende kreeftjes. Andere kwallen vangen grote vissen. Het geheime wapen van een kwal zijn z’n tentakels. In elke tentakel zitten duizenden kleine giftige bolletjes: de netelcellen. Het gif verlamt de prooi en met zijn mond-armen haalt de kwal de buit naar binnen.
Kwallen worden zelf ook opgegeten. De lederschildpad is er dol op. Hij moet er veel op een dag eten, want er zit maar weinig vlees aan een kwal. Het is vooral water. Een maanvis eet ook kwallen. Hij heeft net als de lederschildpad een taaie huid. Daardoor is hij niet gevoelig voor de netelcellen. Maar de meeste kwallen worden opgegeten als ze nog heel klein zijn. Veel zeedieren filteren zeewater: ze zeven het voedsel er uit. Een mossel zuigt bijvoorbeeld elke dag heel veel liter zeewater op. Daar haalt hij alles uit wat eetbaar is zoals kwalleneitjes. Iets grotere zeedieren filteren babykwalletjes uit het water.

Kwallen en mensen

Gek misschien, maar in China en Zuid-Korea eten mensen kwallen. Voor het aantal kwallen maakt dat niet uit. Er komen in veel zeeën juist meer kwallen omdat de mensen er veel vissen, garnalen en mosselen vangen. Daardoor overleven er meer kwalleneitjes en babykwalletjes.
Sommige kwallen steken. Dat kan pijn doen. Het maakt veel uit of je door een hele bos tentakels wordt geraakt, of door maar een paar. Maar het hangt vooral af van de soort. Een oorkwal kan niet door onze huid heen steken. Maar de steek van een kompaskwal is pijnlijk. Die van een haarkwal doet nog meer pijn. Je kunt er zelfs ziek van worden. En kubuskwallen zijn levensgevaarlijk. Er gaan elk jaar tientallen mensen dood die door zo’n soort kwal gestoken zijn.
Toch zijn kwallen prachtige dieren. Soms kun je ze in een zee-aquarium zien. Sommige dierentuinen lukt het om kwallen mooi en gezond te houden. Daar kun je zelfs de gevaarlijkste kwallen van achter glas bekijken. En als je wat van kwallen af weet, kun je met een duikbril op in zee kwallen gaan zoeken.


De steek van een kwal die ‘zeewesp’ heet, kan dodelijk zijn. Zeewespen komen in Australië voor. Zwemmers worden ervoor gewaarschuwd.

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 47 Kwallen.

Details en informatie

  • Titel: Kwallen
  • Auteur(s): Geert-Jan Roebers
  • Nummer: 47
  • Niveau: 2
  • Siso: J 597.1