Noordhoff Uitgevers

Landkaarten

Als je met de auto of de fiets op vakantie gaat, weet je meestal de weg niet precies. Je komt op onbekend terrein, dus kun je makkelijk verdwalen. Je kunt dan gewoon de weg vragen. Maar je kunt ook op een kaart kijken. Daarop staan de wegen en de plaatsen waar je doorheen rijdt. Als je een beetje kunt kaartlezen, kom je zonder moeilijkheden waar je wilt zijn. Je staat er waarschijnlijk niet bij stil, maar ooit heeft iemand die kaart getekend. Dat was vroeger een enorme klus. Tegenwoordig gaat het wat makkelijker. Kaartenmakers van nu tekenen hun kaarten aan de hand van een luchtfoto.

Er zijn speciale kaarten met vaarroutes erop. De schipper op een boot kan dan zien hoe hij het beste kan varen. Met de afstandsmeter (rechts) kan hij meten hoeveel kilometer het in het echt is.

Hoe worden landkaarten getekend?

Tegenwoordig weten mensen aardig veel van de wereld. Steden en landen waar je nog nooit bent geweest, ken je toch al een beetje van foto's en van de tv. Vroeger was dat niet zo. In de Middeleeuwen wist niemand precies hoe groot de aarde was. De mensen dachten zelfs dat de wereld plat was, als een pannenkoek. Als je dan te ver reisde, zou je eraf vallen. Dappere mensen gingen op reis om te zien of dat waar was. Ze tekenden wat ze zagen. Zo ontstonden landkaarten van gebieden waar nog nooit eerder iemand was geweest.
Later ontdekten geleerden dat de aarde een bol was. Toen hadden ze meteen een nieuw probleem: hoe teken je een land dat eigenlijk een beetje bol is op een platte kaart? Een oplossing was de landen op een globe tekenen. Dat is een bol op een standaard. De bol stelt de wereld voor.

Het voordeel van een globe is dat hij rond is: net als de wereld.

Een globe stop je niet zo makkelijk in je koffer. Dus verzonnen allerlei mensen manieren om toch kaarten te kunnen maken. De Nederlander Gerardus Mercator is de beroemdste kaartenmaker.

Zo makkelijk als tegenwoordig hebben kaartenmakers het nog nooit gehad. Vroeger moest alles worden getekend aan de hand van beschrijvingen van zeelieden en ontdekkingsreizigers. Nu pakken we het vliegtuig. Of we gebruiken de satelliet die in de ruimte boven de aarde hangt. We maken een foto van een gebied en tekenen het na.
In de praktijk is het toch wel iets ingewikkelder dan het nu lijkt. Want als je een kaart goed bekijkt, zie je dat alles een eigen kleur heeft. De bossen zijn donkergroen, de weilanden lichtgroen, de wegen rood of geel, de huizen bruin of oranje. In het echt is dat natuurlijk niet zo. Kaartenmakers of cartografen gaan daarom altijd nog op de plaats zelf kijken wat bepaalde vlekken op de luchtfoto precies voorstellen.

Details en informatie

  • Titel: Landkaarten
  • Auteur(s): Annemarie Bon
  • Nummer: jc028
  • Niveau: 1
  • Siso: J 519.3