Noordhoff Uitgevers

Leven in een kasteel

Vroeger stonden er in Nederland wel 2500 kastelen. Die werden allemaal in de Middeleeuwen gebouwd. De eerste kastelen waren van hout. In 1200 leerden mensen hoe ze bakstenen konden maken. Een stenen kasteel was natuurlijk veel steviger. Het duurde meestal twee jaar om een kasteel te bouwen. Maar met echt grote kastelen waren de bouwers soms wel tien jaar of langer bezig. Van de houten kastelen is er niet één bewaard gebleven. Van de stenen kastelen bestaan er nog ongeveer driehonderd. Sommige daarvan zijn nog helemaal heel. Die kun je bezoeken, zoals het Muiderslot. Van andere kastelen is alleen een ruine overgebleven.

De bewoners

In een kasteel woonde vroeger een aantal mensen. Natuurlijk de kasteelheer met zijn vrouw en kinderen. Maar ook de bedienden. Alle belangrijke mensen woonden in de hoofdburcht. Minder belangrijke mensen woonden in de voorburcht aan de voet van het kasteel. Als het kasteel werd aangevallen, ging iedereen naar de hoofdburcht. Daar was men veilig.
Er waren veel oorlogen in de Middeleeuwen. Kastelen werden daarom op een motte gebouwd. Vanaf de motte konden de kasteelbewoners de omgeving goed in de gaten houden. Als er vijanden aankwamen, konden ze op tijd hun wapens te voorschijn halen.

Kastelen hebben altijd één of meer torens. Dan kan je de vijand beter in de gaten houden.

Als het oorlog was, kwamen soldaten helpen om het kasteel te verdedigen. Ook boeren hielpen mee. De gevechten konden soms dagen duren. Soms lukte het de aanvallers niet om het kasteel te veroveren. Het kwam ook voor dat de aanvallers stopten met vechten. Ze bleven dan gewoon een beetje om het kasteel heen hangen. De mensen in het kasteel konden er dan niet uit. Het voedsel en het water raakten op. Op het laatst moesten ze zich dus wel overgeven. Als ze dat niet deden, gingen ze dood van de honger en de dorst.

Ridders hielden van wedstrijden. Op een toernooi ging het er vaak hard aan toe.

Er werd niet alleen maar gevochten op een kasteel. De eigenaar van het kasteel was meestal erg rijk. Hij nodigde mensen uit voor grote diners. Iedereen at en dronk dan zoveel hij kon. Er werd dan ook muziek gemaakt. Troubadours zongen prachtige liederen. Ze waren altijd op de hoogte van de laatste nieuwtjes, omdat ze van kasteel naar kasteel trokken. Op die feesten werden ook jongleurs uitgenodigd. Die deden allerlei kunsten. Als er echt iets te vieren viel, organiseerde de kasteelheer een toernooi. Daarbij vochten ridders tegen elkaar. Ze trokken hun mooiste harnas aan en stapten op hun paard. Niet omdat ze ruzie hadden, maar gewoon voor hun plezier.

Details en informatie

  • Titel: Leven in een kasteel
  • Auteur(s): Annemieke Kylstra-Wielinga
  • Nummer: jc042
  • Niveau: 1
  • Siso: J 718.2