Noordhoff Uitgevers

Lichaamstaal

Gevoelens kun je laten zien door je expressie. Je lichaamstaal is de manier waarop je handen, je gezicht en je houding 'vertellen' hoe je je voelt. Iedereen gebruikt lichaamstaal en meestal doe je dat vanzelf. Als we iets willen vertellen of vragen, doen we dat met woorden. Als je iemand anders iets duidelijk maakt, noem je dat ook wel communiceren. Maar iemand die praat, beweegt niet alleen zijn mond. Zijn gezicht en delen van het lichaam doen mee. De bewegingen die we maken, drukken meestal hetzelfde uit als de woorden die we zeggen.
















Ook dit is lichaamstaal. De wortels zijn erg goed, 'zegt' deze groenteman.

Een grote hond

De bewegingen die je maakt als je praat, noem je gebaren. Je kunt er je woorden net iets duidelijker mee maken. Een gebaar kan een woord extra nadruk geven. Gebaren maak je zonder dat je erbij nadenkt. Als je aan je oma vertelt over die grote hond op straat. Je hand laat zien hoog groot de hond was. En aan je gezicht kan je oma zien dat je bang was. Je hoofd gaat een beetje naar achteren en je zet grote ogen op. Je mond staat open. Lichaamstaal laat meestal goed zien hoe iemand zich voelt. Maar niet altijd. Iemand die vaak met zijn ogen knippert, is waarschijnlijk zenuwachtig. Maar het kan ook zijn dat hij last van zijn ogen heeft.















Deze juf gebruikt lichaamstaal. Wat zou ze aan het uitleggen zijn?

Hoe leer je lichaamstaal? De eerste taal die baby's gebruiken, is lichaamstaal. Ze huilen, lachen en gapen. Zo begrijpen de ouders wat een baby wil. Een baby die wat ouder wordt, gaat imiteren. Hij doet geluidjes van de ouders of verzorgers na. En ook bewegingen, zoals zwaaien. Na een tijd begrijpt hij dat zwaaien bij weggaan hoort. Een baby hoeft niet alle lichaamstaal te leren. Sommige dingen zijn aangeboren. Hij krijgt ze mee bij de geboorte. Bijvoorbeeld de gezichtsuitdrukkingen die laten zien dat hij blij of verdrietig is. Dat is voor alle baby's hetzelfde, of ze nu in Nederland of Japan geboren zijn.

Een meester of juf, je ouders, vriendjes en vriendinnetjes: allemaal gebruiken ze lichaamstaal. Ook voor een minister is het belangrijk. Hij moet mensen soms overtuigen dat hij de beste oplossing heeft voor een probleem. Daarbij is het niet alleen belangrijk wat hij zegt, maar ook hoe hij het zegt. Als hij te hard praat en veel gebaren gebruikt, zullen mensen hem niet geloven. Maar als zijn stem trilt, hij zichzelf krabt of snel giechelt, zullen ze vinden dat hij weinig zelfvertrouwen heeft. En dan zullen andere mensen hem ook niet vertrouwen.

Details en informatie

  • Titel: Lichaamstaal
  • Auteur(s): Lien van Horen
  • Nummer: JC310
  • Niveau: 2
  • Siso: J 415.2